2010 | 02

INTERVIEW: Petina Gappah

De Zimbabwaanse auteur Petina Gappah beschrijft in haar debuut het harde leven onder dictator Mugabe. De officiële Zimbabwaanse pers noemde haar een moderne Judas.

“Hulp werkt, kijk naar mij”

Petina Gappah wilde altijd al schrijfster worden. Maar haar vader stond erop dat ze rechten ging studeren. Ze vertrok naar Europa en specialiseerde zich in handelsrecht. Nu combineert ze een juridische carrière met het schrijverschap. Haar debuut An Elegy for Easterly werd in december 2009 bekroond met de Guardian First Book Award. De Danskampioen en andere verhalen, zoals het boek in het Nederlands heet, bestaat uit dertien korte verhalen over gewone mensen in Zimbabwe. Gappah laat zien hoe zij zich handhaven in het door chaos, inflatie en aids geplaagde land, waar Robert Mugabe zich sinds zijn aantreden in 1980 steeds meer als een dictator is gaan gedragen.

Een van de meest intrigerende personages is de oude Vitalis uit het titelverhaal. Hij gaat na zijn pensioen weer aan het werkt en schopt het zelfs tot danskampioen in de lokale disco.  

“Vitalis staat symbool voor de mensen in Zimbabwe. De politieke elite heeft er een zootje van gemaakt, maar de mensen zijn veerkrachtig en sterk. Dat wil ik laten zien met mijn verhalen. Volgens de officiële, schokkende cijfers is meer dan 80 procent van de bevolking werkeloos. Maar betekent dat dat ze zitten te niksen? Nee, het betekent dat ze geen belasting betalen. Maar ze werken wel. Ze maken dingen die ze aan de man brengen. Ze verkopen alles wat los en vast zit. Mijn nichtje kon haar school niet afmaken. Ze ging naar Zuid-Afrika en nam suiker mee terug. Die verkocht ze hier met winst. En nu heeft ze een auto gekocht.”

In uw verhalen lijken de vertegenwoordigers van de heersende klasse ook heel gewone mensen.

“Ik probeer de banaliteit van het kwaad te laten zien. De chaos in mijn land is niet het werk van een stel ontspoorde gekken. Ik heb een paar ministers ontmoet. Dat was een enorme shock, want het was of ik met mijn ooms sprak. Het waren aardige mensen die gewoon niet verder kijken dan hun neus lang is. Het is heel menselijk om alleen geïnteresseerd te zijn in je eigen kleine zelf en in je familie. Maar als dat een politieke overtuiging wordt, zoals in Zimbabwe, dan wordt het gevaarlijk. Uit onderzoek blijkt dat heel Zimbabwe draait om het belang van zo’n vijftig families. Als er geen politiek toezicht is op het leiderschap, het leiderschap de rechters aanwijst en het parlement bestaat uit jaknikkers, dan staat het hele land uiteindelijk in dienst van slechts een paar mensen.”

Hoe is De Danskampioen ontvangen in Zimbabwe?

“De recensies waren zeer positief, behalve die van de regeringskrant. Die recensent noemde me de moderne ‘Judas Iskariot’. Dat was heel boosaardig. Maar achteraf denk ik dat ik ze er dankbaar voor mag zijn. Die krant wordt overal gelezen. Door de recensie gingen mensen op zoek naar mijn boek.”

Terwijl De Danskampioen door The Guardian werd bekroond, werd Zimbabwe door dezelfde krant verkozen tot een van de tien grootste ‘probleembuurten’ van de wereld.
“Dat is overdreven. De schending van de mensenrechten is verwaarloosbaar in vergelijking met China, Sudan of Congo. Zimbabwe was lange tijd heel sexy in de media. Het lijkt immers zo simpel: zet president Mugabe af en het probleem is opgelost. Maar zo simpel is het niet. Mugabe zit waar hij zit omdat er iets fundamenteel mis was met de verdeling van het land. De situatie is ook niet veranderd sinds hij de macht deelt met de MDC (Movement for Democratic Change, red.) van zijn tegenstander en inmiddels minister-president Morgan Tsvangirai. Hij en zijn partijgenoten bestreden monsters, maar zijn nu zelf monsters geworden. Ook zij zijn er nu alleen maar op uit om er zelf beter van te worden.”

U bent kritisch over de politieke elite in uw land. Heeft u zelf politieke ambities?
“Nee, ik heb een hekel aan politici. Zelfs politici die aardig overkomen, zoals president Obama, wantrouw ik. Het draait allemaal om hun eigen ego. Wel wil ik de kennis van diplomaten en parlementsleden in mijn land vergroten. Samen met de nieuwe regering wil ik kijken of we het diplomatenklasje kunnen versterken. Ik wil een serie lezingen organiseren van Zimbabwanen die werken bij internationale organisaties zoals de Wereldbank en de VN. Zij kunnen onze parlementsleden en diplomaten leren hoe de wereld in elkaar steekt. Het enige wat ze nu te horen krijgen, is ‘we zijn een soeverein land en het land is van ons’. Verder wil ik werken aan alfabetisering. Zimbabwanen houden van lezen, maar hebben geen boeken.”

In een van de verhalen beschrijft u hoe rijke vrouwen geld van de Wereldbank rondstrooien om hun eigen verveling te verdrijven. Bent u sceptisch over ontwikkelingshulp?
“Misbruik van ontwikkelingsgeld komt voor, maar dat zijn uitwassen. In het algemeen denk ik dat ontwikkelingshulp werkt. Kijk naar mij. Dit is wat je krijgt als het geld goed wordt besteed. Dankzij steun van Europese landen kon ik gaan studeren. Ik werk voor een organisatie die advies geeft aan ontwikkelingslanden. Die is ook opgezet met hulpgeld. Net als het aidsprogramma in Zimbabwe. Daardoor hebben veel mensen een tweede leven gekregen. Ik overdrijf niet. Een hele groep economisch actieve mensen en jonge kinderen is gered.”

De relaties tussen mannen en vrouwen in uw verhalen zijn op z’n zachtst gezegd belabberd.
“Ik ben de laatste romanticus, maar ook een realist. In Zimbabwe zijn mannen het centrum van het universum en daar gedragen ze zich ook naar. Dit vertaalt zich in relaties. Niet alleen voelen mannen zich superieur, ze denken ook dat ze met zo veel vrouwen kunnen slapen als ze maar willen. Dat kost levens, daar kunnen we kort over zijn. Inmiddels is Zimbabwe na Uganda het meest succesvol met de beteugeling van het aids-virus. Daar ben ik echt trots op. We hebben nu de eerste aids-vrije generatie. Voor jongeren van begin twintig is het nu ondenkbaar dat ze vrijen zonder condoom.”

Volgens een van uw personages is het leven weinig meer ‘dan de clou van een kosmische grap, verteld door een bijzonder zwartgallig wezen’. Is dat ook uw mening?
“Jazeker. Er is iets volstrekt absurds aan ons leven. Waarom is er een aardbeving in Haïti, een van de armste landen ter wereld? Je vraagt je af wat daar de zin van is. Ik denk dan altijd aan een zin van Shakespeare uit King Lear: ‘As flies to wanton boys, are we to the gods. They kill us for their sport’. Met andere woorden: er zit daarboven een stelletje dat de draak met ons steekt.”


Tekst Marjan Terpstra
Beeld Maurits Giesen





Abonnee worden

Maandelijks op de hoogte gehouden worden van alle actualiteiten op het gebied van internationale samenwerking? 

Neem een abonnement op het gratis tijdschrift IS!

Ik wil graag abonnee worden
Ik wil iemand anders abonnee maken