2010 | 02

Wiki: woordenboek OS 2.0

Ook in de war door al die digitale termen? Raak hier weer up to date.
Crowdfunding: Een grootschalige samenwerking van mensen die – meestal via internet –  geld bij elkaar brengen om initiatieven van anderen te steunen. Een voorbeeld is PifWorld.

Crowdsourcing: Samentrekking van outsourcing en crowd: ‘uitbesteden aan de menigte’. Geen  individuele expert, maar de massa dient als bron van wijsheid. Een bekend voorbeeld is Wikipedia.

Digital natives: De generatie die de nieuwste technologie met de paplepel ingegoten heeft gekregen, veelal geboren na 1980. Deze groep is opgegroeid met het internet en leidt een ‘connected’ leven: ze hebben een online identiteit en zijn gewend altijd en overal met iedereen te communiceren.

Facebook: Een voorbeeld van social media. Netwerksite waar leden hun eigen profiel aan kunnen maken met foto’s, blogs en interesses. ‘Vrienden’ kunnen elkaar berichten sturen. De website kreeg binnen zes jaar ruim 350 miljoen actieve gebruikers. Vergelijkbaar met het in Nederland populaire hyves.

Open space: Dialoogvorm voor grote groepen, die een dynamische discussie beoogt. De deelnemers proberen samen een complex probleem op te lossen, aan de hand van vier principes: de aanwezigen zijn de juiste personen; wat er gebeurt is wat er moet gebeuren; het proces begint wanneer het begint en het is voorbij wanneer het voorbij is.

Slacktivism:
Combinatie van slacker (nietsnut, lanterfanter) en activism. Staat voor acties die meestal weinig inspanning kosten, en behalve de persoonlijke bevrediging voor het invididu weinig tot geen effect hebben op het eigenlijke doel. Voorbeelden zijn het tekenen van online petities, het aansluiten bij een Facebook-groep en het dragen van gekleurde armbandjes die aandacht vragen voor een bepaalde zaak.  

Social media for social causes: Het inzetten van netwerksites als Facebook, Hyves en Twitter om aandacht te vragen voor goede doelen. Ook de sociale netwerken die zich richten op online doneren, zoals PifWorld en de 1%Club, vallen hieronder.

Twitter: Een website die gebruikers in staat stelt in 140 tekens te beschrijven waar ze zich op dat moment mee bezighouden (twitteren of tweeten; kwetteren). Sinds de oprichting in 2006 zijn al meer dan vijf miljard tweets geplaatst.

User generated content:
De gebruiker levert de inhoud van een website. Dit in tegenstelling tot Web 1.0, waarbij professionals de inhoud produceren. Voorbeelden zijn weblogs, de filmpjessite YouTube en de online encyclopedie Wikipedia.

Web 2.0:
De tweede fase in de ontwikkeling van het World Wide Web. Het internet is veranderd van een verzameling websites in een interactief platform, dat gebruik maakt van crowdsourcing en user generated content.

Webbinars: Ook wel webconferencing. Elektronisch vergaderen met behulp van ICT.  Algemeen bekende tools hiervoor zijn de webcam, Skype en MSN Messenger.




Abonnee worden

Maandelijks op de hoogte gehouden worden van alle actualiteiten op het gebied van internationale samenwerking? 

Neem een abonnement op het gratis tijdschrift IS!

Ik wil graag abonnee worden
Ik wil iemand anders abonnee maken