2010 | 02

REPORTAGE: Lindy en Lonneke, lost in space

Twee IS redacteuren – de één een digital native, de ander al jaren verbonden aan een papieren maandblad – duiken in de wereld die OS 2.0 heet.

Op zoek naar de essentie van OS 2.0

Lindy & Lonneke lost in space

Er hangt wat in de lucht. We voelen het aan de vibes bij jonge ontwikkelingsorganisaties en zien het aan de open space evenementen waarvoor we uitgenodigd worden: de wereld van de ontwikkelingssamenwerking is drastisch aan het veranderen. Dankzij internet.

Marketinglaag
Lindy, begin twintig, had op haar elfde haar eerste e-mailaccount. Via vriendensite Facebook houdt ze contact met vrienden die ze heeft overgehouden aan haar studiejaar in Zweden. Lonneke tikte haar eerste werkstukken nog via commando’s in MsDos, maar twittert inmiddels via de iPhone en onderhoudt haar professionele contacten via netwerksite LinkedIn. Ja, we zijn best al een beetje web 2.0: het sociale internet waarbij gebruikers tegelijkertijd voor de content zorgen. Op vakantie geweest? Hup, de palmenstranden op fotosite Flickr. Iets vies voorgeschoteld gekregen in een restaurant? Hup, een vernietigende recensie is binnen vijf minuten op Iens geplaatst.
Hélemaal 2.0 is ontwikkelingssamenwerking. Wacht even, ontwikkelingssamenwerking, dat was toch met Afrika en waterputten en scholen en linnen tasjes en onbespoten groente? Ja, vroeger misschien, maar het lijkt wel of de principes van social media nergens zo snel toegepast worden als binnen ontwikkelingssamenwerking. Kritiek op de traditionele ontwikkelingshulp enerzijds en de opkomst van innovatieve internettechnologie zorgden voor een kettingreactie. Slimme wereldverbeteraars husselden de twee trends door elkaar, en voilà: OS 2.0 was geboren.
Goede doelen houden direct contact met hun aanhang via korte berichten, foto’s en vlot gemonteerde filmpjes op Twitter en Facebook. Zo kreeg Haïti binnen no-time een eigen online veiling, waar BN’ers hun persoonlijke eigendommen aanboden. Het begon met kleine clubs die zich afzetten tegen de traditionele wij-hier-u-daarbenadering van de grote organisaties. Inmiddels proberen ook de gevestigde organisaties met wisselend succes de wetten van de social media toe te passen. Transparantie is zo’n wet. Is er een probleem? Dan moffel je dat niet onder het tapijt, maar vraag je of je supporters een oplossing weten. Want dat is een andere wet van OS 2.0: we hoeven geen dure experts meer in te huren, met de gezamenlijke kennis van je supporters kom je er wel uit. Maar is OS 2.0 nou echt de overlevingsstrategie voor de hulp? Is een mailtje uit Nicaragua wezenlijk anders dan het bedankbriefje dat we vroeger ontvingen van het missieschooltje in Indonesië? We gingen op zoek naar wat er overblijft van OS 2.0 als je de marketinglaag eraf bikt.

Open space
Als startpunt van onze zoektocht schrijven we ons in voor het open space event ‘Fill the Gap!’ in Amsterdam. Het idee van open space is helemaal 2.0: het komt erop neer dat je bij elkaar gaat zitten en wel ziet wat voor wijsheid je uit jezelf en de rest van de groep weet op te diepen. Bij aankomst blijkt deze bijeenkomst inderdaad erg open: een grote hal met blauwe kussentjes op de grond, waar we brainstormen met gelijkgezinden die ook ‘iets’ willen met internet en ontwikkeling. Het overschot aan ‘space’ in de hal is echter dodelijk voor de akoestiek. De creatieve flow van onze gesprekspartners (helemaal 2.0 – met laptops op schoot) gaat verloren in het geroezemoes. Toch krabbelen mensen allerlei leuzen op flip-overs (‘power to the youth’ of ‘power to the South’) en bedanken ze elkaar voor ‘inspirerende ideeën’. Aan het einde van de dag zweven we nog steeds een beetje in het luchtledige: onze gap is nog niet gevuld. We klampen de 29-jarige Canadese Jennifer Corriero aan voor een persoonlijke powertalk. Internetgoeroe (motto: it’s only possible if we imagine it to be) en speciale gast van dit evenement. In het jaar 2000, toen in Nederland internet zo’n beetje dood was verklaard na het barsten van internet-bubble, richtte zij TakingITGlobal op, het allereerste internetplatform voor goede doelen en goedbedoelende jongeren. Social media for social change, is Corriero’s motto. De toekomst is aan de digital natives, houdt ze de zaal voor: jongeren die opgegroeid zijn in het digitale tijdperk. Zij kunnen hun kennis en enthousiasme bundelen op online platforms. “De kritiek van de oude garde luidt dat internetactivisme oppervlakkig is. Via een smsje doneer je even wat aan het clubje met de leukste slogan. Maar volgens mij is internet het startpunt. Wij focussen ons juist op de verbetering van de kwaliteit en de effectiviteit van de projecten die mensen kunnen steunen via onze site. We organiseren bijvoorbeeld webbinars, dat zijn online seminars, en online cursussen projectmanagement.” Corriero voorspelt dat er steeds meer wereldwijde digitale campagnes zullen opkomen, juist ook vanuit het Zuiden. “Creativiteit komt niet meer alleen uit het Westen. Eerst zal het regionaal in Afrika zijn, daarna komt het ook onze kant op.” Lindy weet na de sessie in ieder geval dat ze een digital native is, althans zou moeten zijn. “Maar ik voel me nog niet zo”, zegt ze een tikkeltje beschaamd. Gelukkig heeft niemand van de aanwezigen het gehoord – dankzij de open space.

Olifanten
Na deze open space odyssey hebben we behoefte aan een concrete, tastbare uitwerking van het 2.0-gevoel. We maken een afspraak met de mensen achter het online goededoelenplatform PifWorld, dat afgelopen oktober de Interactive Media Award won. Het frisse, jonge team zetelt in een grote, ook weer) open ruimte met voetbaltafel in de Amsterdamse Pijp. “Transparantie, hè, helemaal 2.0”, lacht Nina Motzheim. Ze legt uit dat mensen via de website van Pifworld zelf een project kunnen kiezen dat ze willen steunen, dit vervolgens online volgen en hun vrienden erop attenderen. Er is voor elk wat wils: van een olifantenpark in Thailand tot een waterproject in India. “Omdat mensen kunnen zien wat er met hun donatie gebeurt, raken ze interactief betrokken”, vertelt Motzheim enthousiast. Lindy beseft dat ze als digital native dit principe zou moeten omarmen, maar heeft toch haar bedenkingen. Als je ‘gewone’ mensen laat kiezen, dan geven ze vooral geld aan olifanten, schildpadden en zielige kinderen. Projecten met een minder hoge aaibaarheidsfactor lopen dan donaties mis. Toch? Motzheim is daar niet bang voor. “PifWorld wil een breed publiek aanspreken. De een zal inderdaad kiezen voor schattige olifantjes, terwijl een ander liever rijstboeren in Madagaskar steunt. Zo reguleert het systeem zichzelf. Bovendien: óók in de massa bevinden zich critici en experts, waardoor continu controle van binnenuit plaatsvindt. De massa heeft wel degelijk kennis, hoor.”

De onwetende massa?
Wie de diverse online platforms bezoekt, wordt ondergedompeld in een warm bad van onderlinge steun- en dankbetuigingen als ‘Thank you for making our dreams come true’ of ‘Jimmy, we wish you all the best with your touring company’. Een collega-scepticus vinden we ook, in de eminente socioloog Abram de Swaan (“Ik klaag niet, ik constateer”).  Volgens zijn pamflet Het signaal is ruis geworden is het internet ‘het medium bij uitstek voor de stuurloze individuen in een ongestructureerde opeenhoping van miljoenen andere enkelingen: een massa die geconfronteerd wordt met een overdaad aan signalen, waardoor hun horen en zien vergaat’. De somberheid dempt hij nog enigszins  op de laatste pagina. ‘Ook binnen de groepen die elkaar vinden op het internet dienen zich leiders aan, en zullen zich geleidelijk mensen manifesteren die gezag uitoefenen op een bepaald terrein. Zij worden de nieuwe gidsen, de poortwachters en smaakmakers waarop anderen zich kunnen oriënteren.’ Maar wie zijn die leiders dan? We gaan te rade bij Mike Brantjes, een visionair die jaren geleden al de gigantische impact van social media voorspelde. Hij bevindt zich inmiddels in een volgende fase: “Leuk en aardig al die web-initiatieven, dat juich ik alleen maar toe, maar we moeten een stap verder denken”, zegt hij. “Het wordt pas echt 2.0 als we niet blijven hangen in de versnipperde websystemen die we nu hebben. Dan praat je eigenlijk nog maar over OS 1.1 waarbij er een scheiding blijft tussen Noord en Zuid.” Hoe het dan wel moet? Brantjes tekent een schema van kringen en pijlen op zijn blocnote. “Online sociale werknetten creëren. Open source platforms van projecten, waar alle betrokkenen en belangstellenden uit het Noorden en het Zuiden toegang tot hebben.” De kringen en strepen van Brantjes zijn voor ons nog wat lastig te visualiseren. Hoe moet dan in Mali in de woestijn, als je inlogt op een werknet, en de internetverbinding uitvalt voordat je je dat rapport volledig hebt kunnen downloaden? Of hoe kun je skypen met zand in je microfoon? Maar Brantjes heeft wel een punt. In hoeverre worden mensen uit ontwikkelingslanden nou werkelijk betrokken bij ‘onze’ OS 2.0?

Kloof
Isa Baud, hoogleraar internationale ontwikkelingsstudies aan de Universiteit van Amsterdam, heeft daar zo haar twijfels over. “Het probleem met de huidige trend van ontwikkelingssamenwerking 2.0 is dat de allerarmsten alsnog buitengesloten worden. De geluiden vanuit het Zuiden die bij ons doorklinken, komen bijna allemaal vanuit de middenklasse.” Baud sluit niet uit dat OS 2.0 desondanks heel groot wordt. “Het zal alleen altijd meer een aanvulling op de huidige hulp blijven dan een vervanging. Het leuke van een PifWorld of 1%CLUB is wel dat ze de jongere generatie bij ontwikkelingssamenwerking betrekken. Maar veel van die kleine projecten op hun website missen de expertise die ‘traditionele’ ontwikkelingsorganisaties opgebouwd hebben.” Baud pleit dan ook voor gespecialiseerde netwerken van professionals, zoals juristen en mensenrechtenactivisten. “Ook de Nederlandse overheid zal iets met de 2.0-trend moeten doen”, denkt Baud. “Anders mist ze de boot van het engagement: mensen raken dan buiten de overheid om betrokken bij ontwikkelingssamenwerking, wat de kloof tussen burger en ministerie alleen maar zal vergroten.”

Informatiestroom
Op zoek naar verdediging vanuit de 2.0-vuurlinie kloppen we aan bij Siegfried Woldhek. Een veelzijdig man: voormalig directeur van Vogelbescherming Nederland en het Wereld Natuur Fonds, tekenaar, dreamcatcher – wat dat ook moge betekenen – en bovenal oprichter van Nabuur, een online platform dat Nederlandse vrijwilligers verbindt met dorpen in het Zuiden om ideeën te delen en oplossingen voor lokale problemen te bedenken. De grootste uitdaging, meent Woldhek, is een denkomslag. “Het initiatief moet omgekeerd worden. Denken vanuit de lokale gemeenschappen, in plaats van vanuit westerse organisaties en regeringen.” Dit betekent ook dat de hulporganisaties hun rol moeten herdefiniëren. “Hun ervaring is zeker van belang, maar stug blijven volhouden dat wij de beste kennis hebben, werkt niet.” Woldhek noemt het opvallend dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een dergelijke verschuiving niet heeft genoemd in haar rapport Minder pretentie, meer ambitie. “Organisaties en beleidsvormers in het Westen moeten toch ook inzien dat de dag heel dichtbij is dat de leiding overgenomen wordt door de mensen in ontwikkelingslanden zelf.” OS 2.0 moet volgens Woldhek een mondiale dienst worden. Geen platform, maar een informatiestroom die de grenzen van websites kan overschrijden. “Denk aan Google Maps, waarmee je plattegrondjes in je eigen website integreert. Zo moet het ook gaan met informatie rond ontwikkelingssamenwerking. Daar kan iedereen gigantisch veel plezier van hebben!” Heeft deze iedereen-mag-meedoen-trend dan geen negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de hulp? “Juist niet”, jubelt Woldhek. “De gemeenschap die de hulp ontvangt en dus het best het resultaat kan beoordelen, kan straks via internet heel direct communiceren. Geen dikke rapporten meer, die vaak pas een hele tijd achteraf geschreven worden door buitenstaanders, maar dagelijkse verslaggeving. Het is dé manier voor mensen in het Zuiden om het initiatief in eigen hand te nemen.”

Frituurolie
Hebben jullie de essentie van 2.0 nou al te pakken, vragen de collega’s ter redactie. Lindy maakt met twee handen een vlindervangend gebaar in de lucht: als je denkt dat je de essentie te pakken hebt, vervliegt ze weer. Lonneke zoekt nog steeds naar de ziener die kan vertellen of 2.0 op de lange termijn meer zal zijn dan de nieuwe kleren van de keizer. Misschien is zo’n ziener te vinden op het, ja wel, open space event UZ in Utrecht, georganiseerd door BeMore, de 1%CLUB en Frivista. De e-mailbevestiging van onze inschrijving wordt afgesloten met een Kuz van UZ. We voelen ons meteen welkom. De bijeenkomst heeft nog het meeste weg van een grote marktplaats: zo’n honderdvijftig, voornamelijk jonge mensen die ‘iets’ willen met ontwikkelingssamenwerking groeperen zich in spontaan ontstane workshops. In de ene zaal vraagt iemand tips om 1 miljard mensen te kunnen laten glimlachen. Ergens anders proberen mensen tribes te vormen door met positieve steekwoorden boven hun hoofd rondjes door de zaal te lopen. En bij de koffiecorner komen we Achmed Sadat tegen, die eerder in IS stond met zijn Back2ourRootz-project. Nu organiseert hij een frituurolie-rally van Rotterdam naar Rome. Tegen zo veel positiviteit, inspiratie en ambitie om de wereld te verbeteren kan zelfs de grootste scepticus niet op. Die is dan ook niet te vinden bij UZ. Lonneke trekt de stoute Twitter-schoenen aan: ‘Wie zijn hier op #UZ en vragen ons af: ben/ken je iemand die anti-OS2.0 is?’ ‘Ik ken misschien wel iemand: de koningin’, reageert @jaccovlastuin. Ook @FairKaren reageert: ‘Hallo @ISNCDO. Ik vind 2.0-initiatieven niet altijd even 2.0, integendeel’. Achter @FairKaren gaat Karen Kammeraat schuil, consultant op ontwikkelingsgebied. “Begrijp me goed, ik heb niks tegen 2.0, maar het is toch vooral fondsenwerving. De projecten die schuilgaan achter komische filmpjes en twitteracties zijn meestal toch vrij traditioneel Terwijl 2.0 voor mij staat voor gelijkwaardigheid tussen Noord en Zuid, en voor innovatie.”

Springlevend
Is web 2.0 de overlevingsstrategie waar ontwikkelingssamenwerking met smart op heeft gewacht? “Eigenlijk is er aan ons engagement niet veel veranderd”, analyseert Janelle Ward, assistant professor Media en Communicatie aan de Erasmus Universiteit. Ze promoveerde op hoe organisaties nieuwe technologieën inzetten om mensen aan zich te binden. Ze blogt over dit onderwerp op de website van ontwikkelingsvakblad The Broker. “Vroeger liepen we met buttons op onze tas, schreven we kettingbrieven en hingen we posters op ons raam. In het begin was internet een plek waar je informatie vond. Maar nu is internet een plek waar je jezelf profileert. Op sociale platforms creëer je je eigen imago. Sociale betrokkenheid maakt daar deel van uit. Door een banner van bijvoorbeeld Amnesty International te plaatsen op je Facebook, laat je zien hoe jij in het leven staat. Het grote verschil met vroeger is je bereik. Als ik nu iets op mijn Facebook plaats, zien honderden mensen het uit mijn netwerk wereldwijd. ” Siegfried Woldhek beziet het nuchter: “Kijk, OS 2.0 is nog piepjong en veel te veel in ontwikkeling om conclusies te kunnen trekken over de positieve dan wel negatieve effecten.” Onze zoektocht heeft ons wel iets duidelijk gemaakt: het directe contact via internet, of dat nou met ‘elkaar’ is of met mensen in ontwikkelingslanden, zorgt ervoor dat mensen zich direct betrokken voelen bij de hulp. Één ding is zeker: OS 2.0 is springlevend. Het is weer hip om te laten zien dat je bezig bent met goede doelen, dat bewijst een grote groep enthousiaste jonge mensen. Maar of dat uiteindelijk bijdraagt aan een betere kwaliteit en effectiviteit van de hulp, daar wordt, om een Nederlands staatsman te citeren, ‘verschillend over gedacht’.  Wij twitteren intussen door: @isncdo op www.twitter.com.


 



Abonnee worden

Maandelijks op de hoogte gehouden worden van alle actualiteiten op het gebied van internationale samenwerking? 

Neem een abonnement op het gratis tijdschrift IS!

Ik wil graag abonnee worden
Ik wil iemand anders abonnee maken