Hoe moet het nu verder met de wederopbouw van Haïti?
“Ik denk dat het verloop van de wederopbouw niet spectaculair anders zal lopen dan bij andere rampen. De tsunami in 2004 week af omdat de getroffen landen een eigen economie hadden. In Haïti valt er niet zo idioot veel te herstellen, want er was niet zo veel. De Fanta-fabriek draait weer en ook de fabrieken waar t-shirts voor de Amerikaanse markt in elkaar worden gezet, was al na een week weer open.”
U heeft de laatste weken veel contact gehad met Haïtianen, leest hun weblogs en twitterberichten. Wat verwachten zij van de wederopbouw?
“Mensen hebben heel weinig dromen maar ze hebben nog wel hoop. Ze hopen, tegen beter weten in, dat het dit keer anders zal gaan. Al voor de aardbeving waren ze gedesillusioneerd over de internationale gemeenschap. Na de vier orkanen die Haïti in 2008 teisterden is bijvoorbeeld heel veel geld toegezegd voor de wederopbouw maar dat geld is nooit aangekomen bij de mensen, die het nodig hadden. Voordat uitgezocht kon worden waar dat geld is gebleven kwam de volgende ramp al weer over Haïti heen. Haïtianen zijn er aan gewend dat beloftes niet worden waar gemaakt. Het buitenland zingt “We are the world”, organiseert conferenties en houdt zich uiteindelijk niet aan de beloftes. Dus terwijl de hulporganisaties als kippen zonder koppen ruzie met elkaar maakten op het vliegveld van Port-au-Prince en óp de hulp zaten, hebben de Haïtianen zich herpakt zoals zij al vaak hebben gedaan. Zij zijn niet stuk te krijgen!”
Hoe overleven de Haïtianen?
“Mensen leven verder op straat. Voor de aardbeving was dat eigenlijk ook zo maar toen stond er een kartonnen muurtje tussen. Ook toen waren ze al volstrekt afhankelijk van wijkhulp, van de pastoor en de kerk in de buurt. Haïti kent van oudsher duizenden kleine hulporganisaties. De medewerkers stappen nu op de brommer, gaan naar de luchthaven om een zak rijst te bemachtigen tussen de knokkende hulporganisaties en verdelen dat onder de mensen. Op de stoep van de ingestorte kerk gaat het werk gewoon door. Deze buurtinitiatieven zouden een belangrijke rol moeten spelen bij de wederopbouw. Maar de grote buitenlandse hulporganisaties kennen de kleine Haïtiaanse organisaties niet of ze vertrouwen ze niet. Er had al lang ergens een lijst met een inventarisatie van al deze wijkorganisaties moeten liggen.”
Wie moet het voortouw nemen bij de wederopbouw?
“De Haïtiaanse regering heeft bij wijze van spreken niet eens een telefoon op dit moment. Bovendien is de politieke klasse van oudsher alleen met zichzelf bezig. Amerika ligt het meest voor de hand. Maar het zou het best zijn als een aantal rijke landen Haïti zouden ‘adopteren’. Ze zouden het baby’tje dat Haïti nu is een opvoeding moeten geven en tot een leuke volwassene maken die zelf verder kan. Maar dan moeten landen bereid zijn tientallen jaren te investeren in Haïti. Niemand heeft daar zin in. Als een pitbull hebben de hulpverleners, de journalisten en donoren zich op Haïti gestort om het land na een paar weken weer uit te spugen. Ik vrees dat dit ook geldt voor de wederopbouw. Als de boeken kloppen zullen de hulporganisaties vertrekken.”
Wat heeft u tot slot als laatste tip voor de donoren?
“Formuleer een doel voor Haïti. Het zou zo prachtig zijn als voor het eerst in de geschiedenis van de humanitaire hulpverlening een doelstelling zou worden geformuleerd. De afgezette Haïtiaanse president Aristide heeft ooit gezegd dat zijn doel was om zijn land en volk op te tillen uit de misère naar armoede met waardigheid. Een bescheiden doel maar wat zou het al mooi zijn als Haïti een gewoon arm land zou worden en niet een varkensstal waarin mensen onder beestachtige omstandigheden moeten zien te overleven.”
Tekst Pieternel Gruppen
2010 | 