Daud Shah schudt de prioriteiten voor zijn dorp Rahmat Khan Khail zo uit zijn mouw. “We hebben hier televisie nodig om ons te informeren over wat er buiten het dorp gebeurt. Er moet iets aan de drugshandel gebeuren. Verder hebben we dringend behoefte aan een meisjesschool. Nu moeten de meisjes 2,5 kilometer lopen naar de school in het volgende dorp. De ouders zijn bang dat ze ontvoerd worden. Desondanks gaat tachtig procent van de meisjes naar school.”
Daud Shah is secretaris van de Community Development Council (CDC) van Rahmat Khan en bevindt zich in de positie om wensen te formuleren. De CDC is de ruggengraat van het National Solidarity Programme, het enige landelijke wederopbouwprogramma dat vriend en vijand als een succes bestempelen. De formule, ooit uitgedacht door toenmalig minister van Financiën Ashraf Ghani is simpel: geef elke gemeenschap 200 dollar per gezin, met een maximumtotaal van 60.000 dollar. Van dat geld mag de gemeenschap, vertegenwoordigd door een speciale raad (de CDC), wederopbouwprojecten bedenken en laten uitvoeren. Meestal gaat het om infrastructuur zoals waterputten, klinieken, wegverharding en irrigatiekanalen. De gemeenschap draagt zelf 10 procent van het bedrag bij, meestal in de vorm van arbeid.
Modeldorp
Rahmat Khan, niet ver van de stad Charikar op een paar uur rijden van Kabul, is een groene idylle en een modeldorp voor het programma. Jong en oud werken zich in het zweet om een netwerk van irrigatiekanalen aan te leggen, met een totale lengte van 2,5 kilometer. De volwassenen mengen cement, hanteren de troffel of sjouwen steenbrokken en brengen die zorgvuldig aan in de gegraven sleuven die kanaaltjes moeten worden. De kinderen zijn met glazen thee in de weer. Het is het laatste project binnen de eerste ronde van het NSP. Eerder al is het dorp voorzien van een waterput en zijn er cursussen borduren, lezen en schrijven, rekenen en Dari verzorgd. Daarnaast is er een muur opgetrokken die aarde moet tegenhouden en erosie voorkomen.
Als symbool voor de dadendrang van het dorp kozen de inwoners vorig jaar een opmerkelijk jong CDC-hoofd: de 34-jarige Ahmed Shah. Hij versloeg in de verkiezingen het eerste, oudere, CDC-hoofd dat als te weinig ambitieus werd gezien. Ahmed Shah, zelf aannemer, heeft een compleet programma in zijn hoofd voor het dorp. “Ik ga proberen een kleine waterkrachtcentrale in het dorp te krijgen. En ik wil een fonds oprichten waaruit de armen uit het dorp ceremonies als huwelijken en begrafenissen kunnen bekostigen. Iedereen zou daaraan bij moeten dragen.”
Gastvrij
Verder gaan we, op zoek naar lopende NSP-projecten. Onze chauffeur is een oude strijder in dienst van de legendarische krijgsheer Ahmad Shah Masud, die in 2001 door twee Belgische Marokkanen opgeblazen werd. Als eerbetoon aan de nationale held draagt hij nog ‘diens’ sjaal en pet. Hij jakkert met de oude Landcruiser voort over de hobbelige Afghaanse wegen alsof de Taliban hem nog op de hielen zitten.
De meeste CDC’s waar hij ons brengt, lijken op de aloude jirga’s en shura’s: raden waar voornamelijk de dorpsoudsten bij elkaar komen om belangrijke beslissingen te nemen. Hoewel de dorpsverkiezingen door maatschappelijke organisaties gecontroleerd worden, dringen jonkies er niet gemakkelijk in door. Zo werkt de Afghaanse samenleving nog steeds. Daarnaast zijn er aparte CDC’s voor vrouwen die wij vanzelfsprekend niet te zien krijgen. Maar telkens proeven we wel iets van de dynamiek die het programma teweegbrengt. De CDC-leden worden door een ondersteunende organisatie geschoold in de regels van het aanbesteden, in administratie, financiële verantwoording en vredesopbouw. We zien een medewerker van die organisatie gewapend met rekenmachine de rekeningen voor zand en stenen voor de afwateringskanaaltjes met de CDC doornemen. En we horen de plannen die ontspruiten. “Wij hebben het initiatief genomen een huis te bouwen dat als schoolgebouw kan dienen. De dorpelingen hebben er gezamenlijk voor betaald”, zegt CDC-lid Zakaria uit Bagrami, provincie-Kabul. En de CDC blijkt bij te dragen aan de sociale cohesie die na tientallen jaren oorlog ernstig verstoord was. Zakaria: “We hebben hier in het dorp geen dieven, overvallers, kidnappers of zelfmoordterroristen. Nieuwe bewoners worden aangedragen door de dorpelingen zelf, of we laten de politie ze even checken of ze deugen. Verder zijn we heel gastvrij, hoor. We lossen zelf onze geschillen op. Twee winkeliers hadden ruzie over hun prijsstelling. We hebben ze hier naar het dorpshuis gehaald en het conflict uit de wereld geholpen.”
Vlaggenschip
Uiteindelijk belanden we aan het akelig opgeruimde bureau van Mohammad Tariq Asmati, in de strakke nieuwbouw van het Ministry of Rehabilitation and Rural Development. De directeur van het National Solidarity Programme, dat valt onder het ministerie, identificeert de succesfactoren. “Het zorgt voor een sterke en directe relatie tussen de centrale overheid en de dorpen. Omdat de dorpen de beschikking krijgen over hun eigen bankrekening waarop het geld wordt overgemaakt, is het systeem transparant. De dorpelingen bepalen zelf de ontwikkelingsprioriteiten en worden in staat gesteld die te vervullen. Ons systeem van CDC’s bouwt voort op dat van de shura’s, maar is een verbeterde versie daarvan. Vroeger werden de machtigen automatisch afgevaardigd in de shura’s. Nu vindt er een geheime stemming plaats die door de meewerkende maatschappelijke organisaties gecontroleerd wordt.”
Nu al heeft het programma 70 procent van Afghanistan bereikt. Er zijn maar liefst 49.000 projecten gestart, waarvan 30.000 voltooid. Er is in totaal voor 675 miljoen dollar aan werkbudgetten naar de dorpen overgemaakt, aldus Asmati. In de komende jaren moet heel Afghanistan gecoverd worden. “We hebben op dit moment nauwelijks last van de onveiligheid in het land. Ik weet van twee NSP-scholen die zijn aangevallen door opstandelingen. Maar de dorpelingen hebben die snel weer herbouwd.”
Het NSP is het vlaggenschip van de wederopbouw door de Afghaanse overheid, positief beoordeeld door de Wereldbank en op dit moment onderwerp van een onafhankelijke Amerikaans-Russische evaluatie. Maar kan het programma in zijn eentje het geschonden vertrouwen in de Afghaanse overheid herstellen? Asmati: “Het programma legitimeert de rol van de overheid, dat zeker. Het zendt de boodschap uit dat de regering om haar mensen geeft. Tegelijkertijd hebben mensen niet het gevoel dat ze door de overheid de wet voorgeschreven krijgen. Ze zitten zelf in de driver’s seat. Daarmee zou het zwarte beeld dat mensen nu van de regering hebben in grijs of wit kunnen veranderen. Maar dan is het wel noodzakelijk dat we in een volgende fase de verlening van publieke diensten vanuit het programma op peil kunnen houden. Ook als de donoren op een gegeven moment hun bijdragen verminderen."
Verwend
De donorafhankelijkheid is dus een zwak punt van het programma, maar dat geldt voor de gehele Afghaanse wederopbouw. Een andere keerzijde van het succes is de marktverstorende werking die van het Programma uitgaat, merkt een Amerikaanse consultant in de noordelijke stad Mazar-e-Sharif op. “De mensen in de dorpen zijn verwend geraakt door het National Solidarity Programme. Als hulpverleners zeggen dat ze komen om hen te scholen, om hun capaciteit te versterken zodat ze hun land op kunnen bouwen, kijken ze hen bedenkelijk aan. En vervolgens informeren ze: ’Waar is het geld om projecten uit te voeren?’”
2010 | 