2010 | 01

REPORTAGE: "Dutch approach klinkt nogal zelfvoldaan"

Hij belichaamt de veelgeroemde ‘Dutch Approach’. Maar ‘cultureel adviseur’ (CULAD) van de Taskforce Uruzgan Willem Vogelsang houdt niet van dit soort zelffelicitatie. “Een grote shura beleggen is niet het antwoord op alle problemen.”

We zitten aan tafel in het PRT-huis in de buitenring van Kamp Holland, Tarin Kowt, Uruzgan. Behalve de onvermijdelijke thee staat er ook een glazen schaal met nootjes en rozijnen. De Nederlanders zijn gastvrijer dan er in een recent rapport over hen wordt beweerd. Naast Willem Vogelsang zit Mohammed Salim, een oudere Afghaan met een imposante witte baard. Salim is de officiële vertegenwoordiger van de Kuchi-nomaden in Uruzgan. Hij is aangesteld door de regering in Kabul en concurreert met Mauladat, die door de Kuchis in Uruzgan zelf als hun leider naar voren is geschoven. “We zouden graag zien dat u met Mauladat samenwerkt”, suggereert Vogelsang. “Dat zou ik wel willen, maar Mauladat is helaas niet te vertrouwen”, aldus Salim. “Hij heeft 2000 ton tarwe van de regering gekregen om onder de Kuchis te verdelen. Een deel daarvan heeft hij zelf verkocht. Daarna hebben andere Kuchi-vertegenwoordigers zich van hem afgekeerd. U kunt dat bij hen navragen.” Vogelsang: “Er wordt hier zo veel geroddeld. Ik zou wel eens van Mauladat willen horen wat er volgens hem is gebeurd.” Salim: “U moet niet te veel naar hem luisteren, anders wordt hij hier de baas. Ik ben de baas, hij moet naar mij luisteren. Drukt u hem dat maar op het hart.”

Zelfvoldaan

Een paar dagen later zou blijken dat de beschuldigingen aan het adres van Mauladad onterecht waren. Het zijn veelvoorkomende kwesties in de praktijk van CULAD Willem Vogelsang: met wie doe je zaken namens de verschillende stammen en clans en hoe weet je of die persoon ook werkelijk de gemeenschap vertegenwoordigt? Da’s knap lastig, maar Vogelsang geniet: “Ik vind het geweldig om met de mensen hier te babbelen.” Voor de buitenwacht symboliseert zijn werk ‘the Dutch approach’: veel thee drinken en luisteren naar de Afghanen om zo hun vertrouwen te winnen. Zelf wil hij het begrip niet horen. “Dutch approach klinkt nogal zelfvoldaan. Wij doen in feite hetzelfde als wat de Amerikaanse generaal McCrystal voor ogen staat.”
Hoe word je CULAD? Vogelsang heeft een langjarige liefde voor de Afghanen en het ruige Afghaanse landschap, dat hij in 1978 voor het eerst betrad. Toentertijd maakte hij deel uit van een Britse archeologische missie in Kandahar. Hij schreef een dik boek over de geschiedenis van het land, The Afghans, en ook Afghanistan, een geschiedenis en werd een veelgevraagd Afghanistandeskundige in de media. Toen Buitenlandse Zaken hem in 2008 vroeg te adviseren over de etnische warwinkel van Uruzgan, was de keuze snel gemaakt. “Ik hoefde maar vijf minuten na te denken. Mijn vrouw iets langer.”
Hij tekende voor twee jaar Kamp Holland en bewoont daar nu een eigen ‘fab’, een Defensie-container. “Het is hier goed toeven, bijna een soort Center Parcs. Onder elkaar is het ouwe-jongens-krentenbrood, men vangt elkaar heel goed op.”

Vorderingen
Samen met zijn steun en toeverlaat, de jonge Afghaanse Nederlander Hamidi, verdiept hij zich door gesprekken met lokale leiders in de culturele eigenheid van het gebied. “Dat de functie van CULAD bestaat, geeft al aan dat wij het land moeten proberen te begrijpen.” De civiele en militaire staf van de Taskforce Uruzgan leert hij het Afghaanse perspectief te zien. “Ik adviseer ze wel eens een andere aanpak. Op een gegeven moment had men het begrip shura (vergadering van dorpsoudsten, red) ontdekt, en zag dat als oplossing voor alle problemen. Zoiets kan verkeerd uitpakken. Soms moet je juist meer tijd nemen en geen grote shura beleggen. En soms moet je ontwikkelingsprojecten, zoals de aanleg van een waterput of een schooltje, gewoon beginnen en niet wachten tot het ‘van onderop’ komt.”
Als we Vogelsang spreken, is de politieke discussie in Nederland nog niet uitgewoed: moeten we blijven in Afghanistan, en zo ja, in welke vorm? Vogelsang constateert dat er in Uruzgan belangrijke vorderingen zijn gemaakt, zoals de Afghaanse maatschappelijke organisatie TLO ook al vaststelde. “Sinds 2007 is het kinetische (Defensie-jargon voor gevechtshandelingen, red) aanzienlijk afgenomen, en het ontwikkelingswerk van het PRT is in belang toegenomen. En dat lijkt niet meer op een ouderwets leger, maar meer op een soort politie-eenheid die vooral moet communiceren. Uruzgan is bijna een oase van rust in Zuid-Afghanistan geworden. Er is nu iets van een social fabric. Mensen praten weer met elkaar. In het verleden spraken ze vooral via hun kalasjnikov. We merken ook dat de bevolking ons over het algemeen ziet zitten, meer dan de Australiërs of de Amerikanen hier die in de bergen op Taliban aan het jagen zijn. Het is belangrijk dat de Afghanen de voordelen van onze aanwezigheid zien. In West-Derafsjan moesten dorpelingen hun wapens inleveren. Dan moet je dat compenseren door ze een schooltje te geven. En dankzij ISAF is er nu ook meer politie in het gebied.” Een voortzetting van deze aanpak, zegt Vogelsang, ligt dan ook voor de hand. “Er is de afgelopen jaren enorm veel expertise opgebouwd en er is enorm geïnvesteerd in contacten met de bevolking. Daar plukken we steeds meer de vruchten van.”

Juiste personen
Toch liggen er nog enorme problemen, met name bij de opbouw van het Afghaanse overheid. In de regio hangt nu veel af van de juiste personen. “Er zitten twee hele goede districtshoofden in Uruzgan, in Deh Rahwod en Chora, met wie je uitstekend zaken kunt doen. Maar de overheidsstructuren zelf zijn nog erg kwetsbaar. De staat is sinds de jaren zeventig helemaal weggevaagd, en veel moet worden opgebouwd. Bovendien bestaat de neiging om hier alles via nationale programma’s te doen, wat ook weer corruptie in de hand werkt. Decentraal gaat het vaak beter.”

Het blijft de tragiek van de internationale bemoeienis met Afghanistan. “De buitenlandse mogendheden willen de vaart erin brengen. Maar hoeveel extra geld, burgers en militairen ze ook inbrengen, het zijn uiteindelijk de Afghanen die het moeten doen.” Voor Vogelsang zelf is de horizon duidelijk: na de zomer eindigt zijn contract. Hij kan terug naar de Leidse universiteit en het Rijksmuseum voor Volkenkunde, maar heeft soms zijn twijfels. “Ik raak hier wat verwilderd. Ik vind het heerlijk om met verlof te gaan en mijn vrouw en kinderen weer te zien, maar ik voel me thuis wel eens te gast. Als ik in Leiden sta te stofzuigen, denk ik al gauw weer aan Uruzgan en al die prachtige karakters.”



Abonnee worden

Maandelijks op de hoogte gehouden worden van alle actualiteiten op het gebied van internationale samenwerking? 

Neem een abonnement op het gratis tijdschrift IS!

Ik wil graag abonnee worden
Ik wil iemand anders abonnee maken