2009 | 2009 04

OPINIE: Ellende in Afrika wordt aangedikt

Minister Koenders en multilaterale donoren overdrijven de gevolgen van de economische crisis voor Afrika, vinden Afrika-kenners Gerbert van der Aa en Roman Baatenburg de Jong

Tekst: Gerbert van der Aa en Roman Baatenburg de Jong

Voor minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is het duidelijk: de gevolgen van de grootste economische crisis sinds de jaren dertig zijn dramatisch voor Afrika. De VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP, waar Ad Melkert plaatsvervangend directeur is, komt met nog zwaarder geschut en spreekt van een catastrofe. Internationale handel, investeringen, hulpbudgetten en overboekingen van emigranten lopen terug en zullen de arme landen de komende tijd hard treffen, luidt de boodschap. Maar is dat ook echt zo?  
Neem de landen in Oost Afrika, die slechts voor een zeer beperkt deel van hun nationaal inkomen afhankelijk zijn van export. Graag zouden ze veel meer exporteren, maar dat is toekomstmuziek. De uitvoer van snijbloemen, grootverdiener in Kenia, is door de mondiale  recessie slechts met zo’n tien procent ingezakt. Koffie en thee, andere belangrijke regionale exportproducten, zal de wereldbevolking ook in tijden van recessie blijven drinken. Teruglopende internationale handel treft vooral regio’s die wél in grote mate exportafhankelijk zijn: Europa, de Verenigde Staten en Azië.   
Sommige Afrikaanse landen zijn belangrijke exporteurs van grondstoffen. Maar de dalende prijzen zijn geen ramp voor de gewone burgers, die toch al zelden profiteerden van de opbrengsten van onder meer olie, koper en uranium. Bijna overal eist de heersende elite een onevenredig groot deel voor zichzelf op. Weinig mensen in de Niger-delta in Nigeria hebben de afgelopen jaren baat gehad van de hoge olieprijzen. Hetzelfde geldt voor het gros van de bevolking in Sudan en Tsjaad. In Niger kwamen de Toeareg twee jaar geleden in opstand omdat het geld uit de uraniumexport volgens hen verdwijnt in de verkeerde zakken. In Congo profiteren vooral bandieten en rebellen van de export van coltan en diamanten.  
De beurzen in Afrika zijn in de meeste gevallen net zo hard gedaald als in het Westen. Maar tegelijkertijd voorspelt het IMF dat Afrikaanse economieën dit jaar nog altijd met gemiddeld ruim drie procent groeien. Dat is minder dan in voorgaande jaren maar veel beter dan de groeicijfers van de meeste landen in Europa, Amerika en Azië.

Optimisme
In Afrika zelf is ondanks de economische crisis opvallend veel optimisme. Zeker, door de dalende groei zullen Afrikaanse overheden minder belastinginkomsten genereren en ook is het waar dat overboekingen uit het buitenland, de zogeheten remittances, zijn gedaald. Maar de gevolgen zijn vooralsnog te overzien. “Het economische vooruitzicht is zelfs vrij goed”, stelde de Keniaanse minister van Financiën Uhuru Kenyatta onomwonden op een in maart gehouden grote economische conferentie in Nairobi. Kleine en middelgrote private equity fondsen, zoals TBL Mirror Fund, Inreturn Capital en Silk Invest om er drie te noemen, slagen er nog steeds in kapitaal op te halen bij westerse investeerders die weten welke grote rendementen in Afrika te behalen zijn. Zij steken geld in kleine en middelgrote ondernemingen. Afrikaanse ondernemersverenigingen wijzen erop dat het midden- en kleinbedrijf de belangrijkste banenmotor is. Een nuchtere analyse van de feiten rechtvaardigt het economische optimisme.   
Minister Koenders schreef op 3 maart in de Volkskrant een opiniestuk over de gevolgen van de economische crisis voor Afrika. Meer hulp is nodig, zo luidde de boodschap. Beschamend is dat Koenders in zijn artikel niet één keer stilstaat bij wat Afrikaanse landen zélf kunnen en moeten doen om hun economieën sterker te maken. Deze omissie is tekenend voor de bizarre opvatting dat het Westen exclusief verantwoordelijk is voor het oplossen van de problemen in Afrika – zonder één enkel Afrikaans land aan tafel bespraken wereldleiders op de afgelopen G20 de effecten van de crisis op dit continent. Volgens onnoemelijk veel ondernemers, deskundigen en andere betrokkenen zijn binnenlandse obstakels voor zakendoen in Afrika nog altijd vele malen groter dan welke externe dreiging ook. Denk daarbij vooral aan de gebrekkige infrastructuur, bureaucratische rompslomp, de stortvloed aan onnodige regelgeving en extra kosten voortvloeiend uit onveiligheid en niet aflatende corruptie. Allemaal zaken die Afrikanen zelf ter hand moeten nemen.

Hulp groeit

De UNDP waarschuwt bij monde van Ad Melkert dat de kindersterfte in Afrika zal toenemen door teruglopende hulp. Maar de bewering dat hulp afneemt, wordt niet gestaafd door feiten. Uit een recent rapport van de OESO blijkt dat de steun van rijke landen aan arme landen in 2008 met tien procent toenam tot bijna 120 miljard dollar. Voor 2009 en 2010 verwacht de OESO verdere groei van hulpbudgetten. Ofschoon de Wereldbank stelt dat tal van infrastructurele projecten zijn opgeschort of zelfs geheel zijn afgeblazen, bouwt China lustig voort op het donkere continent. De resultaten hiervan – misschien wel de meest cruciale voorwaarden voor ontwikkeling in arme landen – zijn nu al voor velen zichtbaar en genietbaar.
Hulporganisaties en westerse regeringsleiders roepen vaak dat Afrika onze steun heel hard nodig heeft. Tegelijkertijd zijn er steeds meer Afrikanen die tegen deze opvatting ten strijde trekken. Onlangs verscheen van de Zambiaanse econome Dambisa Moyo het boek Dead Aid, waarin ze betoogt dat juist hulp armoede aanwakkert. “Belasting voor arme mensen in rijke landen ten gunste van rijke mensen in arme landen”, haalt Moyo ontwikkelingseconoom Peter Bauer aan. Hulp ontslaat ontvangers van de plicht zich verantwoordelijk te voelen voor publieke dienstverlening, hulp frustreert de prikkel om vanuit eigen kracht de jeugd een toekomst te bieden. Ondanks het hulpinfuus ziet Moyo ook positieve ontwikkelingen. Ze is verheugd dat steeds meer handelsbarrières op het continent verdwijnen, waardoor markten in omvang groeien. Hoewel het investeringsklimaat nog veel beter moet, liggen met name daar kansen voor binnen- en buitenlandse ondernemers, die banen genereren voor toekomstige generaties.
Zoals wel vaker lijken verantwoordelijken in en rondom hulporganisaties ook nu weer de neiging te hebben om ellende in Afrika aan te dikken. Toen vorig jaar de voedselprijzen stegen, riep VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon dat met name Afrika hard getroffen zou worden. Dat de meerderheid van de Afrikanen boer is en dus in principe baat heeft bij hoge voedselprijzen was bijna nergens te horen. In plaats van rampzalige scenario’s schetsen over negatieve effecten van de economische crisis is het veel nuttiger de discussie over good governance, ofwel goed bestuur, een broodnodige nieuwe impuls te geven.


Abonnee worden

Maandelijks op de hoogte gehouden worden van alle actualiteiten op het gebied van internationale samenwerking? 

Neem een abonnement op het gratis tijdschrift IS!

Ik wil graag abonnee worden
Ik wil iemand anders abonnee maken