2008 | 2008 05

Interview met Elizabeth Pisani

Opvanghuizen voor aidswezen en microkredieten voor seropositieve vrouwen zijn populaire bestemmingen voor geld uit het potje aidsbestrijding. Maar epidemioloog Elizabeth Pisani ziet liever schone naalden naar junks gaan. “Aids is geen ontwikkelingsprobleem en moet als een besmettelijke ziekte worden behandeld.” Tekst: Karin Wesselink. Beeld: Steve Forrest.

Ze oogt breekbaar, maar haar armgebaren en vooral haar taalgebruik is ferm. Elizabeth Pisani schuwt geen enkel woord. Of dat nou kontneuken, heroïne of hoeren is. Lekker belangrijk dat ze in een lunchcafé, hartje Londen, zit. Deze manier van doen past precies bij het beeld dat ze van zichzelf schetst in haar net verschenen boek Wisdom of Whores. Waarin vooral de anekdote over een avond bloedmonsters nemen in een homodisco in Jakarta onvergetelijk is. Hier stuitte Pisani met de koelbox buisjes achterop haar scooter op een politiecontrole. Bijna was ze haar kostbare onderzoeksmateriaal kwijt, maar ze speelde haar troef uit en blufte doeltreffen: met potentieel hiv-besmet lichaamsvocht wilden de ordebewaarders bij nader inzien niets te maken hebben.
Haar leven als onderzoeker in het veld was wel even wat anders dan haar eerdere bureaucratisch leventje waarin ze vuistdikke handboeken en gebruiksaanwijzingen schreef om mensen te instrueren hoe ze de aidsepidemie in kaart moeten brengen.
Maar Pisani nam na vijf jaar gefrustreerd ontslag bij de Family Health International om daarna een boek met onthullingen uit de wereld van de hiv-preventie, zoals de ondertitel van de Nederlandse vertaling Seks, drugs…&aids belooft, te schrijven. In ruim driehonderd pagina’s richt Pisani haar pijlen op de ‘aidsindustrie’ waarin volgens haar teveel geld omgaat dat bovendien verkeerd wordt besteed. De nadruk zou moeten liggen op hiv voorkomen en dat kán tamelijk goedkoop: door condooms te verstrekken maar vooral ook schone naalden uit te delen. Want anders dan in Afrika is in China, Indonesië, Pakistan, Bangladesh en Rusland en grote delen van India de groep spuitende drugsgebruikers het meest getroffen.

Wat was nu eigenlijk uw grootste frustratie over de ‘aidsindustrie’, zoals u het noemt in uw boek?

“Verschillende. Bijvoorbeeld dat onderzoekers zich in de gekste bochten wringen om een verklaring te vinden voor het feit dat mannen in de landen waar het risico op hiv-besmetting het grootst is, geen condooms gaan gebruiken. Een oplossing is om dan maar te zeggen dat hiv een ontwikkelingsprobleem is. Het lijdt geen twijfel dat hiv in Afrika een ontwikkelingsprobleem is gewórden, omdat we van de preventie zo’n puinhoop hebben gemaakt. Maar ik denk niet dat de hiv-preventie in Afrika in eerste instantie is mislukt als gevolg van armoede en ongelijkheid tussen man en vrouw. Ik denk dat de preventie is mislukt omdat de meeste landen gewoon niet zo erg hun best deden. Zoals ook in mijn boek staat: in 1999 leverden buitenlandse instellingen vijfhonderd miljoen condooms aan Afrika. Dat is iets meer dan drie condooms per jaar voor elke man tussen de vijftien en 49 jaar. Tel daarbij op de condooms waar Afrikaanse regeringen voor betaalden en je komt op een totaal van 4,6 condooms per man, voldoende om eens in de drie maanden beschermde seks te hebben. Waar ik me ook aan erger, is dat er niet genoeg wordt gelet op de verschillen tussen de epidemie in Afrika en Azië. Oplossingen of methoden die worden bedacht voor de situatie in Afrika, zijn niet automatisch óók geschikt voor Azië. Daar besmetten vooral spuitende drugsgebruikers elkaar.”

U slacht in uw boek nogal wat heilige koeien. Hiv-besmette vrouwen in Afrika zijn niet alleen slachtoffer van hun promiscue echtgenoot en u acht hoeren prima in staat hun klanten een condoom om te laten doen.
“Iedereen maakt keuzes, maar je moet mensen niet behandelen als idioten. Aids is geen ontwikkelingsprobleem en moet als een besmettelijke ziekte worden behandeld. Natuurlijk zou het ook helpen als de samenleving anders in elkaar zou zitten, en er meer gelijkheid is tussen man en vrouw. Maar dat veranderen is een kwestie van de hele lange termijn. Als regeringen niet agressiever worden in het garanderen van goedkope en makkelijke toegang tot condooms, behandeling van seksueel overdraagbare aandoeningen en verspreiding van hiv-remmers, zal er helemaal geen lange termijn zijn. Het begint bij eerlijk zijn over de redenen van besmetting. De werkelijke oorzaak van de verspreiding van hiv in Oostelijk- en Zuid-Afrika is dat mensen seks hebben met meerdere verschillende partners. Oók de vrouwen. Alleen mag je dat niet hardop zeggen, want dan ben je racistisch.”

Maar in u boek schrijft u vooral over de nadelen van hiv-remmers.

“Niemand wil mensen laten sterven. Ik ook niet. Maar we zien wel dat het aantal besmettingen enorm toeneemt als aids-remmers beschikbaar komen . Er heerst nú teveel het geloof dat het verstrekken van hiv-remmers een daad van preventie is. Je maakt hiv minder overdraagbaar doordat het aantal viruscellen laag wordt gehouden. Een neveneffect is dat mensen denken dat je er niet meer aan zult sterven. Ze voelen zich energiek én hebben dus zin om uit te gaan en seks te hebben. Al dan niet beschermd. Ik vind gewoon dat mensen in de eerste plaats niet besmet moeten raken.”

Hiv wordt ook nog steeds verspreid door prostituees die geen condooms gebruiken. Tamelijk dom. Maar waarom dan toch de titel van uw boek Wisdom of whores?
“Onderzoekers hebben altijd de neiging te denken dat ze alle kennis in huis hebben. Maar hoe meer ik écht luisterde naar prostituees, hoe meer ik leerde van hun antwoorden en ideeën. Een voorbeeld: we hielden een steekproef onder mannelijke prostituees die zich als vrouw kleden en gedragen (travestie-prostituees) en daar kwam uit dat ze maar drie klanten per week zouden hebben. Dus ook maar drie keer in de week risico op een hiv-besmetting. Later raakte ik bevriend met zo’n travestiet, een práchtvrouw met een heel dure smaak. Ik vroeg haar hoe ze met maar drie klanten per week die dure smaak kon bekostigen. ‘Hoezo drie klanten per week’ vroeg ze me toen. Ze wees me op het feit dat we alleen de mensen hadden gesproken die op dat moment geen klanten hadden. ‘De lelijkerds, dus’, was haar conclusie. De tweede reden voor die titel is dat we allemaal hoeren zijn en alles voor geld doen. Niet alleen de sekswerkers, maar ook de organisaties en de VN-bureaucraten. Ik heb vaak genoeg meegemaakt dat onderzoeksgegevens verdraaid werden zodat het meer in het straatje van de sponsor zou passen.”

Maar er ís toch ook geld nodig om aids te bestrijden?

“Zeker! En ik zeg niet dat het geld niets heeft uitgehaald. Een heleboel mensen hebben zorg gekregen die er eerst niet was. Alleen werkt te veel geld averechts. Dan wordt het wel erg makkelijk om geld te besteden aan wat het lekkerst ligt bij de achterban of de kiezers. Ik weet zeker dat we het ook met wat minder zouden kunnen als je het maar aan de juiste dingen uitgeeft. Bijvoorbeeld aan schone naalden in gevangenissen, want daar vinden veel besmettingen plaats onder meer doordat naalden gedeeld worden. Maar regeringsleiders vinden het vaak beter voor hun imago om iets te doen voor aidswezen of weduwes. Die projecten zijn ook nodig, maar als het geld alleen daar naartoe gaat, gebeurt er niets om de verspreiding tegen te gaan.”

Als het geld toch allemaal verkeerd besteed wordt, dan hoeven we de komende Wereldaidsdag geen ArtBag voor Stop Aids Now! te kopen?
“Dat wil ik nou ook weer niet zeggen. Ik ben bijvoorbeeld ook niet tegen particuliere initiatieven die aidspatiënten bijstaan. Maar neem bijvoorbeeld die nieuwe campagne van The Body Shop met MTV. ‘Get Lippy. Prevent HIV’. Ze hebben een folder gemaakt om mensen op te roepen lippenbalsem voor het goede doel te kopen en over aids te praten. Dat is natúúrlijk goed: ik ben een groot voorstander van eerlijk zijn over je besmetting. Maar in die brochure stond níets over seks en al helemaal níets over anale seks. Terwijl zo’n tachtig procent van de hiv-besmettingen onder homo’s plaatsvindt. Als je mensen wilt oproepen te zeggen waar het op staat, dan moet je zelf het goede voorbeeld geven.”

Is het Westen er eigenlijk wel verantwoordelijk voor dat hiv in ontwikkelingslanden zich niet verder verspreidt?
“Uiteindelijk gaat het om individueel gedrag. Er zijn mensen die beweren dat er nog zoveel onwetendheid is. Maar je maakt mij niet wijs dat er nú nog iemand is die niet weet dat je hiv kunt oplopen van onveilige seks. Ik vind wel dat we de verantwoordelijkheid hebben correcte informatie te verspreiden. Kijk: als je zegt dat je alles mét condoom moet doen, kan ik me voorstellen dat mensen dat niet zien zitten. Ik heb liever dat je orale seks hebt zónder condoom, dan anale seks mét condoom. Want in dat laatste geval is de kans op besmetting nog altijd groter. En als westerse onderzoeker loop je natuurlijk altijd de kans de indruk te wekken het allemaal beter te weten. Maar als je de kennis hebt, dan heb je ook de plicht daar iets mee te doen.”

Uw oplossing voor de hiv-epidemie lijkt simpel: schone naalden uitdelen. Daar trekt vast iedereen meteen de portemonnee voor…

“Ik snap wel dat mensen niet willen dat hun belastinggeld naar junks gaat. Het is hetzelfde principe dat ik trouw naar de sportschool ga, maar betaal voor mensen die dik en lui willen zijn. Ik vind gewoon dat voorkomen beter is dan genezen. Hoewel ik ook niet altijd rechtlijnig ben. Want op dit moment krijgt een groep homo’s in West-Europa die niet besmet is, een duur medicijn waardoor ze ook niet besmet zouden kunnen raken. Ook al valt het onder preventie, toch vind ik dat ze gewoon de goedkopere condooms moeten gebruiken. Regeringen, behalve die van Nederland en Groot-Brittannië, staan ook niet te trappelen om iets aardigs te doen voor ‘zondige’ mensen zoals sekswerksters, homo’s en spuitende verslaafden. Is het legitiem om te zeggen dat de meeste mensen hiv krijgen omdat ze domme dingen doen? Ja! Maar dat betekent niet dat we er niets aan moeten doen.”

Maar welke regeringsleider spreekt zich nou in het openbaar uit voor het uitdelen van schone spuiten en gratis condooms?
“Dat zal niemand doen en dat hoeft ook niet. Regeringsleiders hoeven niet zelf schone naalden uit te delen, maar zouden het wel moeten toestaan. Zij moeten de voorwaarden scheppen zodat er geld voor wordt uitgetrokken en het mág.”

Schone spuiten en gratis condooms dus. Zijn we er dan of heeft u nog andere zorgen voor de toekomst?
“Ten eerste hoop ik dat het heroïne spuiten onder de upperclass in Indonesië uit de mode raakt. Want het is er zo makkelijk verkrijgbaar en goedkoop. Zelfs goedkoper dan een bordje gebakken rijst. Het spuiten begint nu ‘in’ te raken in Nigeria. En ik ben bang dat er tussen onderzoeksdisciplines nog steeds geen samenwerkingsverbanden worden aangegaan. Zolang de één zich alleen bezighoudt met drugsgebruik en de ander alleen met hiv, dan is de epidemie nog niet één, twee drie de wereld uit.”

In uw boek noemt u aidsconferenties geldverslindende happenings. Gaat u wel naar de aanstaande grote conferentie in Mexico in augustus dit jaar?
“Ja, maar eigenlijk vind ik het hypocriet om te gaan. Ze hebben me gevraagd een presentatie te geven over mijn methode van gegevens verzamelen. Ik ga omdat het óók een manier voor me om mensen te ontmoeten en het over mijn boek te hebben. Maar goed: ik wás en ben geen aidsactivist, hoewel sommigen me graag zo willen betitelen. Ik ben gewoon altijd heel nieuwsgierig naar seksueel gedrag. Maar er zijn nog zo veel andere onderwerpen die me interesseren. Bovendien vraag ik me af of ik na de publicatie van dit boek nog werk in de aidsindustrie zal krijgen. Misschien ga ik wel weer de journalistiek in. Of verdiep ik me in obesitas.”



Abonnee worden

Maandelijks op de hoogte gehouden worden van alle actualiteiten op het gebied van internationale samenwerking? 

Neem een abonnement op het gratis tijdschrift IS!

Ik wil graag abonnee worden
Ik wil iemand anders abonnee maken