De 40-jarige Makhaya woont in de uitgestrekte township Langa, bij Kaapstad. Hij was jarenlang werkloos maar verdient nu een inkomen bij Tsoga Tours. Als een van de drie gidsen van deze kleine reisorganisatie begeleidt Makhaya toeristen op een wandeltocht door zijn eigen township. “Er komen hier wel vaker toeristen”, vertelt hij, “maar die durven hun busje niet uit. Ze nemen foto’s door het geopende raampje, en rijden dan snel weer door.”
De meeste township-bewoners hebben een hartgrondige hekel aan deze vorm van ‘aapjes kijken’. Tsoga Tours laat in samenwerking met de grotere tour operator Cape Capers zien dat het anders kan. Wie kiest voor hun township-tour kan er zeker van zijn dat de gids de buurt als zijn broekzak kent. Hij loopt bij bekenden naar binnen en vraagt of zijn gasten even in hun huis mogen kijken. Het accent van de tour ligt op de positieve ontwikkelingen: na een bezoek aan de treurige hostels, waar soms drie families op een kamer wonen, voert de tocht langs enkele sociale woningbouwprojecten. Ook ga je langs bij de crèche, waar de kinderen je met zang en dans verwelkomen (en een kleine donatie op prijs wordt gesteld). De tour eindigt in het cultureel centrum. Werkloze vrouwen leren hier pottenbakken of een eigen bedrijf opzetten. Bij het afscheid spreekt Makhaya de hoop uit dat meer toeristen de moed zullen vinden om uit hun busjes te stappen, voor een “true life experience” in de township.
Toeristendollars
Er zijn talloze initiatieven als Tsoga Tours. Overal in de wereld zetten mensen – individueel of als gemeenschap, als vrouwengroep of boerenorganisatie – hun eigen toerismeproject op. Ze bouwen een ecolodge of een bed & breakfast, scholen zich als gids, ontwerpen een educatieve wandeling rond hun dorp of bieden een cursus koken van lokale gerechten aan. In de hoop een klein deel van de stroom toeristendollars hun kant op te krijgen. Want de toerismesector mag dan wel de grootste werkgever op wereldschaal (één op de tien werknemers is werkzaam in de reis- en toerismebranche) en de voornaamste bron van buitenlands geld in 46 van de 50 armste landen zijn, aan velen gaan de vruchten van de sector geheel voorbij. Met name op het platteland of in de kansarme stadswijken.
Toch beschikt de lokale bevolking zo op het oog over een uitstekende uitgangspositie: toeristen komen immers naar hun gebied vanwege de prachtige natuur, of die boeiende cultuur. Wat is logischer dan daar kennis mee te maken aan de hand van de mensen die midden in die natuur wonen, of deel uitmaken van die cultuur? Helaas bloedt een flink deel van de lokale initiatieven al snel weer dood: de bevolking weet niet hoe de toerist te bereiken, de oprecht geïnteresseerde toerist lukt het nauwelijks in contact te komen met ‘gewone’ mensen. En dus zien de toerismeondernemers in de dop machteloos toe hoe de minibusjes met toeristen door hun dorpen jakkeren, op weg naar die ene bezienswaardigheid die iedereen gezien moet hebben. En kijken ze vanuit hun restaurantjes of bars jaloers naar de luxe all-inclusive resorts, waar alles erop gericht is de toerist binnen de omheining te houden.
Zijn portemonnee kan die toerist gerust thuislaten, voor alles wordt gezorgd. Tachtig procent van de reissom die voor een dergelijke vakantie wordt betaald, bereikt het gastland helemaal niet. Omdat het resort of hotel in buitenlandse handen is, en omdat vrijwel alles - van handdoek tot biertje - van buitenaf wordt aangevoerd. Zoals op de Malediven, toplocatie voor luxe vakanties. De zee rondom de eilanden zit vol met vis. Koelfaciliteiten ontbreken echter, en dus importeren de luxe hotels en resorts hun vis in diepgevroren toestand uit het buitenland. Pech voor de lokale vissers op de paradijselijke eilandengroep, van wie het merendeel onder de armoedegrens leeft.
Veilige souvenirs
Of neem de Dominicaanse Republiek, ook zo’n geliefde zon-zee-strandbestemming. Omwille van de veiligheid krijgt de toerist het advies niet zonder begeleiding zijn verblijf te verlaten. Voor wie een leuk souvenir mee naar huis wil nemen is gezorgd: winkeltjes in de hal van het hotel of op het resort bieden een uitgebreid assortiment. Klein probleem voor de lokale ambachtslieden die traditionele Dominicaanse producten maken: de souvenirs waar de toeristen uit kunnen kiezen zijn voornamelijk goedkope importen uit Azië. Ontwikkelingsorganisatie Cordaid helpt op het Caribische eiland lokale ambachtslieden hun typisch Dominicaanse artikelen beter op de toeristische markt af te stemmen. Om die producten vervolgens ook daadwerkelijk aan de toeristen te slijten, is nog een hele klus, zegt Vincent Driest van Cordaid: “De hotels zijn vaak van goede wil, maar hebben in de praktijk weinig over die winkeltjes te zeggen. De tussenhandel heeft een sterke machtspositie, daar kom je niet zo maar tussen.” De conclusie was dat de toerist als consument ook een rol moest spelen. Cordaid zocht daarom contact met TUI Nederland, die veel toeristen naar hun resorts vervoert. Samen met de touroperator wordt nu geprobeerd bezoeken aan werkplaatsen van lokale kunstenaars op te nemen in het excursiepakket waar toeristen uit kunnen kiezen.
Met Dominicaanse cacaoboeren wordt ook gewerkt aan het opzetten van een Chocolate Tour, die de bezoekers laat zien waar hun chocolade vandaan komt en de cacaoboeren tegelijkertijd voorziet van wat extra inkomsten. Cordaid werkt hierin niet alleen samen met TUI maar ook met Solidaridad. Onder de naam Paseo biedt het reisorganisaties en toeristen de kans een kijkje te nemen in het dagelijks leven van lokale boerenfamilies die fair trade koffie, cacao, fruit en katoen produceren. De boeren krijgen hulp bij het ontwikkelen van een toerismeaanbod: naast lokale excursies ook het ontwikkelen van eenvoudige accommodaties of training om een professionele gids te worden.
Groeiende belangstelling
Dat ontwikkelingsorganisaties en de reissector aan elkaar snuffelen is nieuw. Tot voor kort waren het twee volstrekt gescheiden werelden. Ontwikkelingsorganisaties hadden sowieso weinig met toerisme. Uitgezonderd SNV (dat in tal van landen overheden, bedrijfsleven en lokale gemeenschappen adviseert bij het ontwikkelen van duurzame toerismeprojecten) en het Centrum ter Bevordering van de Import uit ontwikkelingslanden (dat de lokale toerismesector helpt de westerse markt te benaderen). Een deel van de reisindustrie onderhoudt al wel enige tijd banden met natuurorganisaties als het Wereldnatuurfonds of IUCN Nederland. Dat heeft alles te maken met de opkomst van het ecotoerisme en de groeiende belangstelling voor de bedreigde natuur. Bovendien groeit het besef dat de sector zijn verantwoordelijkheid voor haat bijdrage aan de opwarming van de aarde - nu al 5 procent van de CO2-uitstoot - moet nemen.
Vooroplopende touroperators als Sawadee of SNP nemen een bezoek aan natuurprojecten ter bescherming van de rivierdolfijnen in Indonesië of de unieke Pantanal wetlands in Brazilië graag op in hun rondreizen. Sinds kort echter groeit ook de belangstelling voor community-based toerismeprojecten, zowel bij ontwikkelingsorganisaties als in de reiswereld.
Een gezamenlijke aanpak is hard nodig, zegt Driest van Cordaid: “Als de toerismesector in de Dominicaanse republiek zich blijft ontwikkelen als in de afgelopen periode, is er over tien jaar niet veel aantrekkelijks meer over. Met als gevolg dat het toerismecircus zich verplaatst naar weer een ander ongerept gebied. Het eiland blijft dan achter met een milieu dat naar de knoppen is, terwijl de bevolking er nauwelijks wat aan heeft verdiend.” Toch kan toerisme een serieuze bijdrage leveren aan armoedebestrijding, is de conclusie bij Cordaid, dat de komende jaren flink wil inzetten op het duurzamer maken van de sector. Hoe dat precies moet, zal de praktijk leren. “Als wij de grote resorts voorstellen om meer af te nemen van lokale handelaren, bijvoorbeeld groente en fruit, zeggen de inkopers: wij kunnen niet onderhandelen met vijftig boeren die allemaal een paar ananassen leveren. Zij willen met één aanbieder werken. De les is dus dat lokale boeren aan organisatievorming moeten doen.”
Niet alleen de lokale partijen staan te trappelen. Voor veel toeristen is contact met locals het hoogtepunt van hun vakantie; ze steunen ook graag sympathieke lokale projecten. Ook de markt voor lokaal vrijwilligerswerk boomt als nooit tevoren. De toerismesector onderkent die trend. Maar duurzaam toerisme is meer dan het opzetten van kleinschalige toerismeprojecten, waarschuwt Elise Allart, duurzaam toerisme manager bij TUI, de grootste reisonderneming in Nederland (bekend van onder andere Arke, Holland International en KRAS). “Met projectjes verander je de wereld niet. Daarom zetten wij vooral in op verbetering van de traditionele toerismeketens. Daar kun je grote slagen maken.”
TUI Nederland heeft een eigen duurzaamheidsbeleid. Zo krijgen de ruim één miljoen klanten die jaarlijks met hun op pad gaan, tips hoe zij kunnen bijdragen aan duurzaam toerisme. Het gaat daarbij om verantwoord milieugedrag, of het voorkomen van uitwassen als kinderprostitutie. Bij de inkoop van hotelkamers kregen leveranciers voorheen een vragenlijst over duurzaamheid voorgelegd. De nadruk lag tot nu toe op de milieuaspecten, erkent Allart. ”Maar in 2008 gaan we gebruik maken van de Sustainability Store, een Europees digitaal controlesysteem, om toeleveranciers te controleren.”
Samen met collega touroperators als Oad Reizen, Sunweb Vakanties, Askja Reizen en Sawadee richtte TUI Nederland onlangs de Travel Foundation Nederland op. De stichting wil het toerisme een positieve bijdrage laten leveren aan de lokale bevolking, natuur, cultuur en economie in vakantiebestemmingen. Concrete projecten krijgen steun, zoals de opleiding van lokale gidsen in Kenia, bescherming van koraalriffen in de Rode Zee of het stimuleren van boeren om hun groente en fruit voor lokale hotels te verbouwen. “De meerwaarde van dit initiatief is dat we als reiswereld een gezamenlijke boodschap hebben richting publiek”, aldus Allart. De precieze uitwerking van die boodschap wordt overigens aan de afzonderlijke touroperators overgelaten. Harde doelstellingen ontbreken in de plannen en ook het budget van twee ton voor de komende twee jaar (waarvan de helft overheidssubsidie) is vooralsnog aan de bescheiden kant – vrijwillige bijdragen van klanten moeten in de toekomst het budget opvijzelen. Een bescheiden aanpak dus, maar wel een van meerdere signalen dat ook in de reiswereld de luiken nu verder opengaan.
Dit voorjaar verschijnt bij uitgeverij Dominicus de gids Reizen met respect – Hoe vakantie helpt tegen armoede, met daarin 250 voorbeelden van community-based toerisme-initiatieven.
Wat is duurzaam toerisme?
Een breed gedragen definitie is dat bij duurzaam toerisme de vakantie het milieu zo min mogelijk schaadt, wordt georganiseerd met respect voor de lokale cultuur en zoveel mogelijk bijdraagt aan het welzijn van de lokale bevolking. Delen van deze drie elementen komen terug in termen die ook regelmatig worden gebruikt als eco-, verantwoord, fair trade, pro poor of community-based toerisme.
Meer weten?
www.fairtourism.nl Nuttige achtergrondinformatie en tips, reisverhalen en onderwijsmateriaal.
www.travelsense.nl Overzicht van het aanbod aan duurzame reizen van een aantal Nederlandse touroperators.
www.wnf.nl/reizen Tips van het Wereldnatuurfonds voor duurzame natuurvakanties en informatie over het eigen reisprogramma, in samenwerking met touroperators.
www.paseo.nu De fair trade programma’s van Solidaridad.
www.travelfoundation.nl De nieuwe stichting van een aantal touroperators.
Correspondent op vakantie
Ze berichten vanuit hun standplaats over honger, onrust of nieuwe ontwikkelingsinitiatieven. Maar ze zoeken ook wel eens naar ontspanning in hun tweede thuisland. IS-correspondenten schrijven over hun mooiste vakantieplekjes. Wie: Ronald Kennedy
Waar: Zuid-Afrika
Wat: De heetste braaiplek in Kaapstad
Uit de speakers klinkt opzwepende kwaito. Er hangt de geur van gemarineerd vlees en brandende kolen. Welkom in Maphindi’s, de ‘heetste’ braaiplek van Nyanga en misschien wel Kaapstad. Eigenlijk is het een ‘tshisha nyama’, wat erop neer komt dat je likkebaardend een stuk vlees uitkiest, dat overhandigt aan een professionele ‘braaier’ en wat kletst met overige bezoekers tot je vlees gaar is - geserveerd op een plastic dienblad. Als ik het rokerige braaigedeelte betreed, wordt er even wat lacherig gesmoesd in Xhosa. Ze zien er niet elke dag roze gekleurde ‘umhlungus’ binnen wandelen, maar tegen de tijd dat de koteletten van de kolen komen, zijn er al wat vluchtige vriendschappen gesloten. Naast ons wacht de doorsnee-bewoner van Nyanga op zijn ‘nyama’: schoolkinderen, hongerige agenten en haastige zakenlui. Ik krijg zowaar trek in een biertje. Helaas verkoopt Maphindi’s geen alcohol. Dat scheelt een licentie en houdt de slijterij ernaast tevreden, legt Khaya - de praatgrage manager in jeans - ons uit. Hij geeft ons een impromptu rondleiding door het familiebedrijf. “Nergens anders kun je het townshipsleven beter proeven, ruiken en voelen”, vindt hij vanzelfsprekend. Khaya hoopt in ieder geval op busladingen toeristen. “Dit is de enige plek waar je de heel Nyanga kunt overzien”, zegt hij staand op het trendy dakterras dat inderdaad een weids uitzicht biedt: van township tot Tafelberg. Wie: Jack Leenaars
Waar: India
Wat: De primitieve rust in Ladakh
Hoog, hoger, hoogst. De bergen van Ladakh lijken te vechten om een plaatsje in de hemel. Dik ingepakt tegen de barre kou gaat het stapje voor stapje naar de top van de Gongmaru La, een bergpas op 5130 meter. Tergend langzaam, waarbij het gebrek aan zuurstof duizelingen en stekende hoofdpijn geeft. De laatste meters lijken kilometers, maar eenmaal boven op de top wacht de beloning. Een schitterend vergezicht over de Himalaya. De verweerde Tibetaanse bidvlaggetjes wapperen ter verwelkoming. Onze gids Bharat geeft een tevreden glimlach. “Goed gedaan”, rilt hij vanonder zijn muts vandaan. Op deze trektocht glijden in de verte vele middeleeuwse boeddhistische kloosters voorbij, gompa’s genaamd, die hoog op de lege bergtoppen lijken vastgeplakt. Verder slechts primitieve rust in het imponerende woestijnlandschap. Terug naar de basis. Dus de behoeften doen achter een rotsblok. Gelukkig hoeven de billen niet schoongemaakt te worden met een steen, zoals de Ladakhi dat, bij gebrek aan water, gewend waren te doen. De steen wordt nu gebruikt om het papier onder te leggen. De enige heiligschennis deze week, want de Ladakhi gaan heel bewust met hun leefomgeving om. Een goed initiatief is het hervullen van lege flessen water om een plasticberg tegen te gaan. Want nog meer bergen zijn niet nodig in Ladakh.Wie: Hilde Janssen
Waar: Indonesië
Wat: Met de voeten in de modder van Midden-Java
Vanuit Jogjakarta op de fiets het Javaanse platteland verkennen. De modder van de rijstvelden tussen je tenen voelen. Het is mijn favoriete uitstapje. Vrienden en familie die ik erheen sleep, zijn steevast enthousiast. Het is één grote ontdekkingstocht. In ganzenpasformatie fietsen we achter onze gids aan, heldhaftig de claxonconcerten van passerende bussen negerend. Achter de ringweg lonken de groene rijstvelden onder een strakblauwe lucht. Een boer wast zijn waterbuffel in de sloot. Overal zijn mensen in de weer op de rijstvelden. Het lijkt wel of gids Rita ze speciaal voor ons aan het werk heeft gezet. Fiets aan de kant, slippers uit, broekspijpen oprollen, over dijkjes glibberen om samen met een paar vrouwen felgroene rijstsprieten te planten. De Javaanse dames giebelen om ons geklungel. In een kroepoekfabriekje gaan we onder de stellage zitten waar iemand al fietsend het deeg door een filter perst, waarna wij het deeg moeten opvangen op een deksel. Best moeilijk, blijkt uit onze wat onappetijtelijk kwakjes. Al doende leer je een hoop over het plattelandsbestaan, concluderen we al kroepoek knabbelend op de fiets.
www.viaviacafe.comWie: Elles van Gelder
Waar: Zuid-Afrika
Wat: Vallende sterren aan de Oostkaap
Tijdens de Apartheid gingen reizigers met een grote boog om de Wild Coast heen. De woeste kustlijn van 250 kilometer maakt deel uit van de voormalige Transkei, een zogenoemd thuisland, waar de zwarte bevolking moest wonen van het blanke apartheidsregime. Nu wordt het gebied steeds bekender, vooral als ecobestemming. Hier vind je mangrovebossen, lagunes, kliffen, subtropische valleien en groene rollende heuvels. Een ongerepte plek is backpackers lodge Bulungula. Hier zijn geen wegen, elektriciteit of stromend water.
Je slaapt, net zoals je Xhosa-buren, in een rondavel, een rond huisje van hout, riet en koeienmest. De buitenmuren zijn lichtblauw, -roze en -groen om de hitte van de zon te reflecteren. Maar het liefst wil je buiten zijn. Ook ’s nachts. Zicht op vallende sterren is gegarandeerd. Als je er na een half uur kijken nog geen streep van licht hebt gezien, mag je gratis overnachten.
Bijzonder is dat Bulungula de eerste backpackers lodge in Zuid-Afrika is waarvan de plaatselijke bevolking gedeeltelijk eigenaar is. Winst gaat in een gemeenschapsfonds waar projecten uit worden betaald. Er is wel wat onrust aan de Wild Coast. Er zijn plannen om in de duinen titanium te delven en om een snelweg aan te leggen. Wacht dus niet te lang...
www.bulungula.com
www.bulungulaincubator.orgWie: Nina Jurna
Waar: Suriname
Wat: Spiritualiteit in de jungle
Het eerste wat ik doe, is een duik nemen in de koele rivier. Even diep ademhalen en dan vanuit het water genieten van het uitzicht op Dangogo. In dit kleine dorpje aan de rivier Pikin rio wonen de Saramaccaners. Hun voorouders vluchtten ooit van de plantages naar het bos. Bij de aanmeerplek voor de korjalen (kano’s gemaakt uit boomstammen) doen vrouwen de was, jonge meisjes de afwas en laden vissers hun vangst uit. En wat voor vangst! De grootste en lekkerste vissen zwemmen hier rond. Het is traditie dat je de kapitein van een marrondorp, zeg maar de dorpsleider, een bezoek brengt met een fles Borgoe. Dat is lokale Surinaamse rum. Dit doe je uit respect. Rum wordt gebruikt voor alle belangrijke rituelen en vooroudervereringen, en is voornamelijk een spirituele drank. Verder wandel ik uren in de wildgroei van metershoge kankantrie bomen, planten en bloemen en heb altijd een gesprek met medicijnman Dosili. Hij geneest op wonderlijke wijze met zijn planten en kruidenkennis. Zelfs toeristen horen over hem en gaan voor chronische kwalen naar hem toe. Dosili doet ook de meest exacte voorspellingen. Bij mij die van de komst van mijn oudste kind én de geboortedag en het tijdstip.
2007 | 