2007 | 2007-08

Interview met William Easterly

Geheel ten onrechte hebben wij het lot van Afrika op onze schouders genomen, vindt de Afrikaanse ontwikkelingseconoom William Easterly. En daarbij doen we meer kwaad dan goed. Zijn sombere woorden leveren hem in Nederland volle zalen op.

Tekst Pieternel Gruppen, Beeld Paul D. Scott


Met een kop sterke zwarte koffie probeert William Easterly in een hotel op de Amsterdamse Herengracht zijn jetlag te verdrijven. Easterly (baard, leren sandalen en een spijkerbroek) reist op dit moment “meer dan hem lief is” om zijn bestseller ‘The White Man’s Burden’ aan de man te brengen. De Amerikaanse hoogleraar economie komt net uit Duitsland en vliegt binnenkort naar Japan. Debatten met hem over buitenlandse hulp zijn in een mum van tijd uitverkocht. Wereldwijd is er veel belangstelling voor de weinig opbeurende boodschap die Easterly brengt: 2300 miljard dollar heeft het Westen de afgelopen vijftig jaar aan hulp verspild.
 
De hulp faalt door de zogeheten Planners, zegt Easterly. Deze kaste van bureaucraten probeert met grote onrealistische plannen vanuit Washington (Wereldbank en IMF) en New York (Verenigde Naties) de armoede te bestrijden. De Planners leggen volgens Easterly geen enkele verantwoording af aan de armen voor wie hun projecten zijn bedoeld. Ze doen loze beloftes die alleen maar op teleurstellingen uit lopen. Tegenover de Planners zet Easterly de Zoekers, mensen die met hun voeten in de modder stap voor stap op zoek gaan naar de beste manier om armoede te bestrijden. Die geen overdreven beloftes doen maar klein beginnen, kijken wat werkt en vooral: goed evalueren.
Cynisch komt de goedlachse Easterly allerminst over. Hij probeert vooral de verwachtingen te temperen, zegt hij: “Rijke mensen kunnen niet de problemen van arme mensen 5000 kilometer verderop oplossen. Uiteindelijk zullen arme landen zichzelf ontwikkelen.”
 
Ooit was u zelf een Planner. U heeft 16 jaar voor de Wereldbank gewerkt. Wanneer had u het gevoel dat u uw tijd aan het verdoen was?
“Dat inzicht kwam geleidelijk. Tijdens mijn reizen kwam ik veel projecten tegen die valse verwachtingen wekten en tot veel teleurstelling leidden. Ik herinner mij een project in de bergen van Lesotho waar de Wereldbank en een paar Canadese organisaties de landbouw een impuls wilden geven. Ze zagen alleen over het hoofd dat dit deel van Lesotho niet erg vruchtbaar is. Het project mislukte. De lokale bevolking was niet gemotiveerd, verklaarde de Wereldbank. Onzin, de bevolking koos terecht voor een baan in de Zuid-Afrikaanse mijnen omdat dat veel meer geld opbracht.
De echte ommekeer kwam voor mij in de jaren negentig. Iedereen binnen de Wereldbank gaf toen toe dat haar structurele aanpassingsprogramma's (o.m. afslanking van de staat, grotere rol voor de vrije markt, red.) voor regeringen van ontvangende landen waren mislukt. Leningen die verstrekt werden onder strenge economische en politieke voorwaarden bleken een groot fiasco, vooral voor Afrika. De leningen hadden geen of een negatief effect op de economische groei. Toch veranderde er niets. Ik herinner me zelfs een vergadering waarbij iedereen het falen toegaf maar tegelijkertijd op dezelfde voet verder wilde gaan. Toen realiseerde ik me pas goed dat er echt iets mis is bij de Wereldbank.”
 
U stelt in uw boek dat de westerse hulp de afgelopen vijftig jaar niets heeft opgeleverd. Maar heeft de hulp ook schade aangericht?
“O ja, in veel opzichten. Alle grote plannen die de rijke landen afgelopen vijftig jaar maakten, hebben niet gewerkt. Dat heeft kwaad bloed gezet in ontwikkelingslanden. Mensen als Hugo Chavez in Venezuela en Robert Mugabe in Zimbabwe hebben handig gebruik gemaakt van de woede en teleurstelling bij de bevolking over de rol van het Westen. Ik geloof echt dat het Westen heeft bijgedragen aan de opkomst van deze figuren. Met de millenniumdoelen doen mensen als Jeffrey Sachs (gezaghebbend ontwikkelingseconoom en VN-adviseur, red.) opnieuw een idiote utopische belofte. Je kunt niet verwachten dat de armoede waar Afrikanen al generaties mee worstelen in tien jaar tijd wordt opgelost. Dat is hetzelfde als beloven dat je vanaf nu alle huwelijken laat slagen of iedereen net zo rijk zult maken als Bill Gates.
 
Met die grote plannen krijgen Bono, Bob Geldof en Jeffrey Sachs wel massa's mensen op de been. Zij hebben Afrika sinds lange tijd weer stevig op de kaart gezet.
“Natuurlijk ben ik een voorstander van meer aandacht voor Afrika. Maar als die aandacht gepaard gaat met een zeer oppervlakkige aanpak door celebrities, zal het uiteindelijk meer kwaad dan goed doen. Ze schilderen Afrikanen af als hulpeloze slachtoffers die gered moeten worden door Bob Geldof en Angelina Jolie. Ik maak me echt boos over hun optreden. De Bono's misleiden de jeugd. Als jongeren die de wereld willen veranderen er achter komen dat je de armoede niet zomaar kunt oplossen, worden ze cynisch en gedesillusioneerd. Ze keren zich af van het armoedeprobleem en gaan weer winkelen.”
 
U keert zich af van Planners als Jeffrey Sachs. Toch vertoont uw boek ook overeenkomsten met zijn boek The End of Poverty. Jullie roepen bijvoorbeeld beiden op de hulp praktisch te houden. Wegen, kunstmest, klamboes, daar help je de armen mee...
“Wij willen allebei dat de armen krijgen wat ze nodig hebben. Maar daarmee houdt de vergelijking wel op. Sachs en ik verschillen van elkaar zoals de Verenigde Staten en de vroegere Sovjet Unie. Hij wil de armen helpen met een planmatige Sovjet-aanpak met een gigantisch bureaucratisch apparaat. Ik geloof meer in een ondernemersaanpak, stap voor stap uitvinden wat werkt en daarmee doorgaan. Een goed voorbeeld is de werkwijze van Nobelprijswinnaar Mohammed Yunus, die het idee van de microkredieten heeft bedacht. Yunus is van huis uit een irrigatie-ingenieur. Als hij een Planner was geweest zou hij allerlei irrigatiekanalen hebben gegraven in Bangladesh waar niemand op zit te wachten. In plaats daarvan ging hij de dorpen in en vroeg de mensen wat ze nodig hadden. Hij probeerde verschillende projecten en kwam er achter dat microkrediet succes had en ging daar op door.”
 
U schetst wel een heel karikaturaal beeld van de Planners: bureaucraten die van een afstand bepalen wat goed is voor ontwikkelingslanden. Maar het is toch ook tot de VN en de Wereldbank doorgedrongen dat de armoede niet vanuit New York of Washington bestreden kan worden?
“De bureaucraten hebben hun retoriek aangepast, ze hebben het nu over lokale betrokkenheid en ‘ownership’. Zo zijn de poverty reduction strategy papers (nationaal plan om de armoede te bestrijden, red.) in het leven geroepen. De ontwikkelingslanden moeten zo'n plan zelf opstellen, maar in de praktijk gebeurt dat nog altijd in Washington door medewerkers van de Wereldbank en het  Internationaal Monetair Fonds. Dat zijn dezelfde mensen die de plannen uiteindelijk goedkeuren. Dat is echt een lachertje.”
 
Maar begrotingssteun dan? Nederland geeft jaarlijks een deel van het ontwikkelingsbudget rechtstreeks aan regeringen met ‘goed bestuur’ die zelf mogen weten hoe ze het geld besteden.
“Begrotingssteun is nu helemaal in omdat het de macht bij de lokale overheid legt. Jammer genoeg is het ontzettend moeilijk om goed functionerende regeringen te vinden in arme landen. Ik ben dan ook bang dat Nederland, de Verenigde Staten en andere landen die begrotingssteun omarmen, een erg ruime definitie hebben van goed bestuur. Bij begrotingssteun is nog steeds niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor de resultaten. En dat is van essentieel belang om hulp te laten slagen. Op de lange termijn kan begrotingssteun misschien wel werken maar dan moet het begrip ‘goed bestuur’ niet te ruim worden opgevat. Alleen regeringen die echt niet corrupt en democratisch zijn zouden geld mogen ontvangen.”

U komt niet direct met een recept voor succesvolle hulp maar kunt u iets meer zeggen over de benodigde ingrediënten?
“De ingrediënten liggen eigenlijk voor de hand. Je moet gewoon je gezonde verstand gebruiken. Evaluatie is essentieel. Buitenlandse hulp wordt zelden op effect gecontroleerd door onafhankelijke partijen. Soms neemt een organisatie wel de moedige stap om dat te doen. De Nederlandse organisatie International Child Support bijvoorbeeld laat haar projecten controleren door wetenschappers van de Universiteit van Harvard en MIT. Zo hebben zij een programma in Kenia opgezet voor schoolkinderen die last hebben van wormen en daardoor te weinig energie hebben om goed te presteren. Deze organisatie probeerde verschillende dingen uit, gaf voorlichting en medicijnen. Onafhankelijke onderzoekers analyseerden de effecten. Vervolgens werd het project aangepast, overboord gegooid wat niet werkte en doorgegaan met hulp die duidelijk resultaat gaf.
Naast evaluatie heeft de buitenlandse hulp meer specialisatie nodig. Donoren hebben de belachelijke neiging om alles overal te willen doen. Als je alles wil doen, lukt er niets.”

Hoe zou Nederland zich bijvoorbeeld kunnen specialiseren?
“Nederland zou zich maar op een paar landen moeten richten en zich bijvoorbeeld in onderwijs specialiseren. Elk land moet nagaan waar het goed in is, welke projecten in het verleden succesvol waren en zich daartoe beperken. Probeer bijvoorbeeld een manier te vinden om schoon water te leveren voor de mensen in het noorden van Ghana. Leg waterputten aan en onderhoud die. Ook multilaterale organisaties als de VN en de Wereldbank doen er goed aan te specialiseren. Dat scheelt meteen een hoop geld. Bij veel verschillende activiteiten zijn de overheadkosten voor elke hulpactie namelijk verhoudingsgewijs hoog. Ga maar na wat het kost om een verhuisbedrijf in te schakelen om een pakje tandenstokers van de ene naar de andere kant van de wereld te transporteren.”
 
Ongeveer een vijfde van het Nederlandse ontwikkelingsbudget wordt via multilaterale organisaties besteed. Is dat dan weggegooid geld?
“De VN-organisaties presteren het slechtst op het gebied van hulp geven. Ze zijn het minst transparant en leggen de minste verantwoordelijkheid af. Ook zijn ze erg gefragmenteerd. Ik pleit voor marktwerking binnen de hulpsector. Organisaties die goede resultaten boeken zouden het meeste geld moeten krijgen, organisaties die wanprestaties leveren het minst. In een dergelijk systeem zou het budget van de VN drastisch gekort worden.”
 
Maar zelfs als hulp op een weldoordachte manier wordt gegeven kan het geen einde maken aan de armoede, stelt u in uw boek. Een nogal deprimerende gedachte.
“Het is helemaal geen drama dat buitenlandse hulp de armoede niet de wereld uit kan krijgen. De armen verbeteren hun situatie namelijk op eigen kracht. Kijk naar landen als China, India, Chili, Turkije en Botswana. Allemaal landen die zelf uit het armoededal zijn geklommen. As we speak verdwijnt de armoede, niet door buitenlandse hulp maar dankzij economische groei. Buitenlandse hulp kan wel een steuntje in de rug bieden om ontwikkeling te stimuleren.”
 
Nu noemt u wel heel specifieke succeslanden als India en China. En ook Botswana wordt standaard genoemd als het gaat om succes in Afrika.
“China en India zijn misschien geen doorsnee landen maar je praat wel over twee miljard mensen. Honderden miljoenen mensen hebben de afgelopen jaren de armoede de rug toe kunnen keren dankzij de economische groei in die landen. Over Afrika ben ik helemaal niet zo pessimistisch. Mensen hebben veel te weinig geduld met Afrika. Latijns-Amerika heeft ook jaren na de onafhankelijkheid nodig gehad om burgeroorlogen en instabiliteit te boven te komen. Maar dat continent kent nu stabiele groei. Ik zie hetzelfde ook nog wel in Afrika gebeuren.”

U brengt een harde boodschap. Staat de hulpwereld wel open voor uw ideeën?  
“Ik heb het gevoel van wel. De Planners verliezen langzaam terrein. Hun meest ambitieuze plannen zijn naar de prullenbak verwezen. Niemand heeft gehoor gegeven aan Jeffrey Sachs' oproep de buitenlandse hulp te verviervoudigen en centraal aan te sturen. Dus nu probeert Sachs dat in een piepklein dorpje in Afrika voor elkaar te krijgen in plaats van in de hele wereld (Easterly verwijst naar de Millennium Villages, proeftuinen om de millenniumdoelen te halen, red.). In de Verenigde Staten heeft Sachs het debat duidelijk verloren. In Europa ben ik daar niet zo zeker van.”
 
Heeft u nog een gouden tip voor de onverbeterlijke Planners onder ons?
“Wees bescheiden. Je denkt misschien het antwoord te weten maar geloof me, dat weet je niet!”

Pieternel Gruppen werkt als journalist voor de Wereldomroep 

 



Abonnee worden

Maandelijks op de hoogte gehouden worden van alle actualiteiten op het gebied van internationale samenwerking? 

Neem een abonnement op het gratis tijdschrift IS!

Ik wil graag abonnee worden
Ik wil iemand anders abonnee maken