Willekeurige zondag in augustus 2006: voor de kust van het Italiaanse eilandje Lampedusa worden zeventig Afrikaanse migranten vermist. Hun bootje wordt leeg aangetroffen in de Middellandse Zee. Raken we gewend aan deze beelden of moeten we er wat aan doen?
Dat laatste natuurlijk. In juli kwamen de Europese Unie en Afrikaanse landen, waar veel migranten vandaan komen, bij elkaar. In het Marokkaanse Rabat is afgesproken dat Europa ongeveer drie miljard euro investeert in Afrikaanse emigratielanden. Een ander initiatief is afkomstig van Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Hij heeft deze maand een speciale bijeenkomst belegd in New York. Tijdens deze ‘High Level Dialogue’, waarvoor alle landen van de wereld zijn uitgenodigd, staat het onderwerp migratie en ontwikkelingssamenwerking centraal.
Klopt het negatieve beeld van migratie?
Migratie wordt vereenzelvigd met mensensmokkel, afgewezen asielzoekers, of ‘brain drain’ (het vertrek van hoger opgeleide mensen uit een ontwikkelingsland). “Migratie is geen probleem en moet zo ook niet worden benaderd. Het is niet goed om migratie door dat beeld te laten overheersen”, reageert prof. dr. Arie de Ruijter, hoogleraar te Tilburg. Hij coördineerde een rapport van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV) over de samenhang tussen migratie en ontwikkelingssamenwerking. Dat advies is bedoeld voor de regering. “We hebben binnen de AIV de overtuiging dat migratie een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling in de landen van herkomst en in het ontvangende land, bijvoorbeeld Nederland.”
Is dat nieuw, migratie en ontwikkelingssamenwerking koppelen?
Nee, er wordt al langer een verband gelegd. De Nederlandse ministers Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) en Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) brachten in 2004 al een gezamenlijke nota uit: “ Migratie speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van ontw ikkelingslanden ”, is daarvan de kernboodschap. De twee ministers trekken samen op, ze brachten ondermeer een gezamenlijk bezoek aan een vluchtelingenkamp in Kenia, begin dit jaar. “Coördinatie en samenwerking is essentieel om de problemen aan te pakken” , zegt secretaris-generaal Joris Demmink van het ministerie van Justitie (dat Vreemdelingenzaken en Integratie omvat). “In het buitenland kijkt men erg op tegen de Nederlandse aanpak.”
Kan Ontwikkelingssamenwerking niet alléén een beleid ontwikkelen over migratie en ontwikkeling?
“Er is bij het ministerie van Justitie veel kennis over het omgaan met migratie”, zegt Renee Jones-Bos, directeur-generaal van regiobeleid en consulaire zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken. “Die kennis kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij de capaciteitsopbouw van migratieproblematiek in ontwikkelingslanden.” Minister Van Ardenne hecht aan coherentie, benadrukt Jones-Bos: “Samen problemen oplossen, samen werken en kennis uitwisselen.”
Internationale hulporganisaties uitten kritiek op de top in Rabat. Volgens hen worden Afrikaanse landen verplicht migratie in te dammen in ruil voor ontwikkelingsgeld. Is dat juist?
Demmink vindt dat die voorwaarde best gesteld mag worden: “Ik ben er voorstander van om de landen waar wij steun aan geven te bewegen meer mee te werken aan ons terugkeerbeleid. En ook: als er meer migratie komt uit land A, dat land toevoegen aan de partnerlanden van Ontwikkelingssamenwerking, om zo de stroom in te dammen.”
Maar professor De Ruijter van de AIV vindt dat uit den boze: “ Ontwikkelingssamenwerking moet het belang van ontwikkelingslanden voor ogen hebben. Bovendien, de meeste migranten komen uit landen waar helemaal geen ontwikkelingsrelatie mee bestaat. Een wijziging van beleid past niet in de keuze van solidariteit met de armsten.”
Wat is dan het verband tussen migratie en ontwikkeling?
Directeur-generaal Jones-Bos: “Migratie ontstaat door gebrek aan ontwikkeling. Aan de andere kant draagt migratie ook bij aan ontwikkeling, bijvoorbeeld door overboekingen van migranten. Er zijn zowel aan de negatieve als aan de positieve zijden veel verbanden.”.
Demmink: “Migratie blijft de komende decennia de agenda beheersen en dus moet je vragen stellen: waarom migreren mensen en wat is het verband met hun ontwikkelingssituatie? Daar kunnen we lang over theoretiseren, maar het gaat vooral om praktische verbanden en die hebben nogal wat consequenties.”
Welke consequenties zijn dat in de praktijk?
Jones-Bos: “Migratie heeft negatieve en positieve aspecten. Negatief zijn de mensensmokkel, de braindrain om wat voorbeelden te noemen. Die willen we aan de orde stellen tijdens de ‘High Level Dialogue’ in New York. Het is voor het eerst dat landen daar met elkaar over migratie en ontwikkeling praten.
Positief aspect is bijvoorbeeld het Nederlandse beleid om migranten, die in Nederland wonen en hier een verblijfsstatus hebben, tijdelijk te laten terugkeren naar hun land van herkomst. In Ghana werken bijvoorbeeld tijdelijk uit Nederland afkomstige Ghanese artsen, die zo bijdragen aan de ontwikkeling van hun land.” Samen met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) zoekt Nederland naar mogelijkheden om in Nederland woonachtige migranten mee te laten helpen aan de wederopbouw in ondermeer Afghanistan, Sierra Leone en Sudan. Jones Bos: “Migranten spreken de taal, kennen de lokale situatie en dat is een groot voordeel.”
Hoe worden zowel de migrant, het land van herkomst en wellicht ook Nederland beter van de koppeling migratie en ontwikkeling?
Het Nederlandse bedrijf IntEnt helpt bijvoorbeeld hier gevestigde migranten met het opzetten van een eigen bedrijf in het land van herkomst. “ Migranten kunnen, wanneer zij eenmaal geïntegreerd zijn in Nederland, een katalysator zijn in de ontwikkeling van het land van herkomst”, aldus IntEnt. En daarmee kan in het land van herkomst geïnvesteerd worden in ontwikkeling, door migranten die daar bedrijven op te zetten. ‘Brain-gain’ noemt Intent dat: vrij vertaald het terugbrengen van menselijk kapitaal naar landen die dat nodig hebben. En het tegenovergestelde van ‘braindrain’.
Wordt er ook iets aan gedaan om te voorkomen dat mensen hun land verlaten, bijvoorbeeld tegen het vertrek van hoger opgeleide mensen, de ‘brain drain’?
Dat is niet zo gemakkelijk, omdat hoger opgeleiden in ontwikkelingslanden vaak te weinig verdienen, terwijl er elders voor hun een beter betaalde baan wacht. “Het is een dilemma omdat het belang van het individu strijdig kan zijn met het algemeen belang in een ontwikkelingsland”, aldus Jones-Bos. Nederland heeft daarom een project om braindrain tegen te gaan opgezet in Zambia. Daar worden de salarissen van artsen gesubsidieerd, zodat deze een beter inkomen krijgen en daardoor in hun eigen land kunnen blijven werken (zie deze IS, pagina 18).
De Nederlandse hulp in Afrika betreft ook steun aan Kenia bij de verbetering van de grensbewaking daar en de Keniaanse vreemdelingenwet. In Ghana helpt Nederland de migratiedienst bij een betere methode om valse paspoorten en visa te controleren.
Heeft Europa dan helemaal geen behoefte aan migranten?
Jazeker wel, zegt hoogleraar en regeringsadviseur De Ruijter: “Elke westerse democratie heeft nu al te maken met een stagnerende bevolkingsgroei. Daar moeten we op inspelen met een goed migratiebeleid. Hoe? Bijvoorbeeld door meer in te zetten op circulaire migratie. Dat betekent dat mensen hier tijdelijk komen werken en dan weer terug gaan. Of omgekeerd, dat migranten tijdelijk naar hun land van herkomst gaan en dan weer terug kunnen keren naar Nederland.”
Justitietopman Demmink: “Als je een geloofwaardig migratiebeleid wilt, moet je duidelijk maken wie je wilt hebben. Dat heeft minister Verdonk onlangs in een nota vastgelegd. Kennismigratie is belangrijk voor de toekomst.”
Wat dragen migranten bij aan de ontwikkeling in hun land van herkomst?
Migranten sturen honderden miljarden naar huis toe: in 2005 bedroeg het bedrag aan deze zogenoemde ‘remittances’ 232 miljard dollar, dat is ruim drie tot vier keer zoveel als de wereldwijde ontwikkelingshulp. Overigens is Nederland een uitzondering op dit terrein: de overboekingen bedragen hier rond de 1,5 miljard euro per jaar, terwijl er 3,8 miljard euro aan internationale samenwerking is begroot.
Nederland vindt die overboekingen belangrijk, ook al worden ze niet direct gebruikt voor investeringen in het land van herkomst. “Het gaat om privé-geld, waar de overheid zich niet zomaar mee mag bemoeien”, zegt directeur-generaal Jones-Bos. Maar Nederland wil ondermeer wat proberen te doen aan de hoge transactiekosten (gemiddeld 13 procent van de hoofdsom) van de overboekingen.
Worden migranten zelf wel betrokken bij het ontwikkelingsbeleid in Nederland?
Ja, het ministerie van Buitenlandse Zaken betrekt hen nadrukkelijk bij het beleid. “Migranten komen uit alle delen van de wereld”, legt Jones-Bos uit. “Ontwikkelingssamenwerking is betrokken bij projecten over de hele wereld. Dus is het logisch dat je elkaar opzoekt. Migranten hebben zeer concrete ideeën en plannen over ontwikkelingssamenwerking.”
Migranten stellen die samenwerking zeer op prijs, zegt Radj Bhondoe. Hij is directeur van Seva Network Foundation, een professionele ontwikkelingsorganisatie die ontstond door krachtenbundeling van 24 hindoe-organisaties in Nederland. Seva werkt met ongeveer vijftig partners in ontwikkelingslanden. Het is de eerste migrantenorganisatie die van Ontwikkelingssamenwerking vijf miljoen heeft gekregen uit het Thematische Medefinanciering Fonds (TMF).
Hebben migrantenorganisaties een andere kijk op ontwikkelingsbeleid?
Bhondoe: “Wij hebben intensieve en interessante contacten met onze achterban in de landen van herkomst, via de diaspora die hier in Nederland verblijft.” De in Nederland gevestigde organisaties doen aan eigen fondswerving. Maar via de koepel Seva Network Foundation is men er de afgelopen jaren in geslaagd om samenwerking op te bouwen met ontwikkelingsorganisaties als Cordaid, Icco en NCDO.”
Is het gemakkelijk voor migrantenorganisaties om mee te praten over ontwikkelingsbeleid?
De Nederlandse ontwikkelingsorganisaties vormen een gesloten front, waar migrantenorganisaties niet gemakkelijk tussen komen, vindt Bhondoe. “In de wereld van ontwikkelingssamenwerking hebben we bijna niets te zeggen. Dat is jammer, want wij hebben contacten en kennis die reguliere organisaties vaak niet hebben. Wij kunnen complementair zijn aan reguliere organisaties.” Bhondoe benadrukt het belang van migrantenorganisaties: “Migrantenorganisaties zetten jaarlijks 400 miljoen weg in ontwikkelingsprojecten.. Er is bij ons niet alleen veel geld, maar ook veel dynamiek en enthousiasme en dat kan en moet benut worden.”
2006 | 