THEMA: De stad is het échte Afrika

Vies, vol, chaotisch, gevaarlijk. Afrikaanse steden hebben een slecht imago. Maar naast problemen biedt de stad ook dynamiek en charme. Met een paar echte stadsmensen bekijkt IS het Afrikaanse stadsleven door een roze bril.

 

Vrouwen die met een baby op de rug graankorrels stampen, tegen een decor van rieten hutten, wuivende grassen en eindeloze vlaktes. Een giraffe die loom aan de onvermijdelijke acaciaboom sabbelt. Het klassieke beeld van Afrika als een groot dorp of romantisch natuurreservaat is nog altijd dominant. En dat terwijl een paar van de oudste steden ter wereld, zoals het Egyptische Memphis, in Afrika liggen. Antoni Folkers, een Nederlandse architect die al 25 jaar werkt in Afrikaanse steden, verbaast zich over de ontkenning van de Afrikaanse stad. “Ik vind het ongelooflijk dat Europeanen die op zoek waren naar specerijen en grondstoffen honderden jaren om Afrika heen zijn gezeild. In Afrika bestond op dat moment al een levendig stadsleven. Veel van die steden waren gebouwd met organische vergankelijke materialen als leem, hout en riet, waardoor wij ze niet meer kennen.”

Maar ook tegenwoordig lijkt het in het Westen nauwelijks door te dringen wat de Afrikanen natuurlijk al lang weten. Afrika verstedelijkt in rap tempo. Nergens groeien de steden zo snel als in sub-Sahara Afrika, sommige jaarlijks met 4 tot 5 procent. In Lagos rammelen per uur 58 nieuwe bewoners aan de stadspoorten en het is daarmee de snelst groeiende stad van Afrika. Maar liefst 33 steden hebben al meer dan 10 miljoen inwoners.

Nu over twintig jaar meer Afrikanen in de stad dan op het platteland wonen is het tijd meer aandacht aan het stadsleven te besteden, vindt publiciste Femke van Zeijl die in haar nieuwe boek ‘Gin-tonic en cholera’ haar liefde aan de Afrikaanse stad verklaart. “Het Afrikaanse dorp past beter bij het romantische beeld dat wij nog koesteren van Afrika. Ik voelde mij vroeger altijd een beetje schuldig als ik in de stad bleef hangen. Ik had het gevoel dat ik het ‘echte Afrika’ op moest zoeken.” Ook hulporganisaties houden volgens Van Zeijl dat beeld in stand. “Een peuter met een loopneus, gescheurd t-shirt en dik buikje tussen de hutjes is een duidelijker beeld op de folder, dan de hippe stadstiener met mobieltje die op het eerste gezicht alles lijkt te hebben.”


Tijd dus om wat mythes over de Afrikaanse stad door te prikken.

Ze zijn lelijk en verloederd
Voor pittoreske straatjes en bijzondere monumenten moet je niet in de Afrikaanse steden zijn. Maar veel schoonheid is nog niet ontdekt.

Op de Werelderfgoedlijst van Unesco komen Afrikaanse steden er met negen nominaties, voor onder andere het Malinese Djenné en het eiland Zanzibar, bekaaid af. Ter vergelijking: in de lijst zijn 24 Aziatische en 39 Latijns- Amerikaanse steden opgenomen. Maar veel plekken zijn nog onontdekt. Zo verdient een stad als Ibadan het om op deze lijst te komen, vindt Van Zeijl die twee maanden in deze Nigeriaanse stad vertoefde.“Ibadan is de grootste indigene (inheemse) stad van Afrika. Het centrum stamt uit de 19e eeuw maar is volkomen vervallen en vies. Daardoor kun je niet meer de kracht van de ornamenten met prachtige bloemmotieven zien.
De geschilderde decoraties die in alle Afrikaanse steden te vinden zijn, van reclames tot politieke leuzen, sportclubs of uithangborden bij winkels, zullen niet snel op de lijst van werelderfgoed belanden maar mooi zijn ze wel. En ook shack chic, waarbij de meest eenvoudige krotten met decoraties worden omgetoverd tot ware kunstwerken, is internationaal een begrip aan het worden. Folkers spreekt in Afrika niet graag van sloppenwijken: “Sloppenwijken waar iedereen alles laat lopen, zijn zeldzaam in Afrika. De publieke ruimte in Afrikaanse informele stad is vaak veel schoner dan onze binnenstad waar iedereen maar alles achter zich aan laat slingeren. Het zijn vaak goed georganiseerde wijken waar bij afwezigheid van de autoriteiten een collectieve verantwoordelijkheid voor de publieke ruimte bestaat.”
Pas als er een westers consumptiepatroon ontstaat zonder dat er iets voor afvoer en afval wordt bedacht, komen de problemen, stelt Jacob Songsore, professor in de gezondheidszorg aan de Universiteit van Accra.

In de stad worden mensen sneller ziek

In de stad waar mensen dicht op elkaar leven, krijgen ziektes als cholera en tyfus sneller de kans zich te verspreiden. Maar wie eenmaal ziek is, is in de stad meestal beter af.

De meeste Afrikaanse steden bieden geen gezonde omgeving. Addis Abeba (Ethiopië), Brazzaville, Dar es Salaam (Tanzania), Antananarivo (Madagaskar), en Bangui (CAR) wat betreft luchtvervuiling, behoren tot de meest vervuilde steden ter wereld. Zo zit er in vergelijking met steden op andere continenten veel lood in de lucht doordat benzine daarmee wordt aangelengd en koken de meeste stedelingen op houtskool. Bovendien heeft de helft van de stedelingen geen toegang tot leidingwater. Professor Songsore ziet met lede ogen aan hoe in zijn stad Accra water per emmer wordt verkocht. “In die emmers wordt ook de was gedaan. Je kunt je voorstellen dat daar allemaal ziektekiemen inzitten.” Songsore kwam na uitvoerig onderzoek tot de conclusie dat de infrastructuur voor water, riolering en toiletten niet is verbeterd terwijl de stad een explosieve groei heeft doorgemaakt. Wel ziet hij juist in de stad de burgers het heft in eigen hand nemen waar de overheid faalt. “In veel buurten zijn initiatieven ontstaan om samen een kraan te beheren.”
Songsore is er van overtuigd dat de kans op diarree of een infectieziekte als malaria in een Ghanees dorp net zo groot is als in de stad. Toch zit hij liever in de stad. “Hoe je het ook wendt of keert, de kans dat je in de stad een arts ziet is groter.”

Chaos regeert in Afrikaanse steden
Door gebrek aan water, elektriciteit, openbaar vervoer en goede wegen lijkt de Afrikaanse stad een ongeregeld zooitje. Maar waar de overheid in gebreke blijft organiseert de stad zichzelf.

“De structuur van Afrikaanse steden lijkt wel op die van een mierenhoop!” Femke van Zeijl ziet steeds opnieuw dat de stadsinfrastructuur wel werkt, ook al is hij onzichtbaar. “Als iedereen weet waar hij moet zijn en welke busjes je moet nemen, dan werkt het allemaal wel. Mensen komen op hun werk, spullen komen op de markt.” Zelfs de meest extreme stad op het continent, Lagos, die zich continu in een verkeersinfarct bevindt, heeft zijn eigen structuur zegt architect Folkers: “De stad beweegt mee met de file. Er is een mobiele markt ontstaan langs de weg, waar je je kunt laten scheren, alvast een boodschap kunt doen of je auto laten wassen.” Een typisch voorbeeld van de manier waarop de informele stad, de stad die los van de officiële instellingen, economie, en regelgeving opereert, inspeelt op de behoeften van de stedelingen. De formele en informele stad kunnen volgens de Nederlandse architect niet zonder elkaar. “Uiteindelijk is iedereen er toch het meest bij gebaat als de formele stad de overhand krijgt, dat de overheid zorgt voor infrastructuur en comfort.” Als de informele stad te brutaal wordt, kunnen botsingen ontstaan. “Vaak bestaat er toch iets van regelgeving rond de inrichting van de publieke ruimte. Als de illegale, kioskjes, winkeltjes en bedrijven te veel oprukken, worden er grote rode kruizen op geverfd en een paar dagen later worden ze weggehaald.” Voor het functioneren van de stad is het belangrijk dat de stad niet dicht slibt en de toekomstige structuur wordt bewaakt, de plaatsen waar ooit scholen, parken en wegen moeten komen zodra er geld beschikbaar is.
Maar waar asfalt, stromend water en elektriciteit vaak nog een luchtspiegeling zijn, moeten mensen creatief zijn. Jacob Songsore ziet in zijn stad allerlei spontane netwerken ontstaan om elkaar te helpen. “Buurtbewoners steken samen de handen uit de mouwen en zetten gemeenschappelijke toiletten neer of een kleine kliniek waar je gratis terecht kunt. In de wat betere middle-class wijken regelen ze, bij gebrekkig functioneren van de politie, zelf hun bewaking.” Veel van deze initiatieven worden gesteund met geld van de diaspora.
Dit soort netwerken zie je in veel Afrikaanse steden terug. Soms gaan deze buurtinitiatieven uit van de kerk of de moskee, maar soms ontstaan in de dynamiek van de stad heel nieuwe netwerken. Zoals in de Kameroenese stad Douala. In een stad als Douala waar weinig sociale binding is, proberen kunstenaars de mensen dichter bij elkaar te brengen door samen met hen een fontein neer te zetten. Daar kunnen ze niet alleen water halen maar ook elkaar ontmoeten.

Tradities verdwijnen in de stad
Ubuntu, voor elkaar zorgen, en de orale traditie die van generatie op generatie wordt overgebracht is niet voorbehouden aan het dorp. De tradities worden in de stad niet overboord gegooid maar aan de stad aangepast.

“Als je nieuw in Accra aankomt om je geluk te zoeken ben je nooit alleen”, zegt Jacob Songsore. Je hebt altijd wel een broer, tante of vriend of iemand van dezelfde stam als jij die je wegwijs maakt in de stad.” Een vorm van Ubuntu, ‘ik ben omdat wij zijn’, die Songsore erg miste toen hij voor een sabbatical in de Verenigde Staten verbleef. “Ik miste het om geen deel uit te maken van de vele netwerken waar je in Afrika bij hoort.”
Ook Femke van Zeijl merkte dat niet alle tradities in de stad overboord zijn gegooid maar worden omgevormd toen ze in de Ugandese stad Jinji onderzoek deed naar liefde en relaties. “Je aunties waren vroeger in het dorp letterlijk de jongere tantes die de meisjes seksuele voorlichting gaven. Dat deed niet je moeder, want net als overal ter wereld vindt ook in Afrika niemand het leuk om met zijn moeder over seks te praten. Maar door de verstedelijking gingen families uit elkaar wonen en kregen tantes het te druk met hun werk om zich nog over hun nichtjes te ontfermen. Maar deze functie heeft zich in het moderne stadsleven nu geprofessionaliseerd. Voor een beetje geld geven de senga’s jonge meisjes nu advies.”
Ook de stadshuizen weerspiegelen zich nog veel tradities van het platteland, zegt Folkers: “Zelfs als het huis westers oogt, zie je bij nadere bestudering dat er nog altijd een plek voor vrouwen en een ontvangstruimte voor het bezoek is. Hier en daar tref je ook de originele ‘cours’ waarbij verschillende ruimtes om een gemeenschappelijke binnenplaats zijn gebouwd.”

In de stad is het armoe troef
Je zou verwachten dat Afrikanen op het platteland, dicht bij de mangobomen, grazende koeien en gewassen als maïs en tomaten, beter af zijn dan in de stad. Toch blijft de stad trekken. Mensen menen in de stad betere economische kansen te hebben.

Lina is een van de nieuwe rijken in de Angolese hoofdstad Luanda. Femke van Zeijl begint niet voor niets haar boek met haar ontmoeting met deze vrouw. “Ik wil het cliché dat er alleen maar arme mensen in de stad wonen. Wij beseffen niet hoe rijk sommige Afrikanen zijn. Je schoenen vallen echt uit als je ziet wat sommige mensen daar te besteden hebben.”
Maar nog altijd leeft 72 procent van de mensen in de steden in sub-Sahara Afrika in sloppenwijken, het grootste percentage wereldwijd. Een kwart van de Afrikaanse stedelingen heeft geen toegang tot elektriciteit. De VN verwacht dat over vijf jaar 332 miljoen Afrikanen in een sloppenwijk zullen wonen. Waarom blijven al die mensen naar de stad komen?
Songsore: “Misschien zijn de omstandigheden op het platteland en in de stad min of meer hetzelfde maar in de stad kun je in elk geval de hoop koesteren dat het ooit beter zal gaan. In een dorp komt niets vanzelf naar je toe. Als je in Ghana interesse hebt in een baan met een goed salaris is Accra de enige plek waar je die zou kunnen vinden.” Ook voor de mensen die niet in de gelukkige positie zijn zo’n baan te bemachtigen, valt er in de stad, meer dan op het platteland, altijd wel een klusje op te knappen waardoor de stedeling van dag tot dag zijn geld bij elkaar kan scharrelen.
De groei van de stad zou zelfs gestimuleerd moeten worden schrijft de Wereldbank in het World Development Rapport van vorig jaar (zie IS 2 2009) ook als dat grotere sloppenwijken oplevert. De economie groeit het best als deze geconcentreerd is. Op de lange termijn zullen ook de sloppenwijkbewoners profiteren van de groei. Dat de Afrikanen daar zelf nog niet zo veel vertrouwen in hebben laat een recent rapport van UN Habitat zien. Maar liefst 71 procent van de ondervraagde Afrikanen (tegenover 59 procent van de ondervraagden in Latijns-Amerika) is ervan overtuigd dat alleen de rijken profiteren van de uitbreiding van de stad. In hetzelfde rapport wordt ook de conclusie getrokken dat de laatste tien jaar het leven van 24 miljoen Afrikanen in de sloppenwijken significant is verbeterd. In potentie kunnen steden landen rijk maken omdat goederen relatief goedkoop geproduceerd kunnen worden vanwege de hoge concentratie van mensen.

Afrikaanse steden exploderen
Nergens in de wereld groeien steden zo hard als in Afrika. Sommigen lijken bijna te ontploffen. Maar de technische en creatieve stadsbewoners bieden hoop.

Autarkie is volgens Folkers het sleutelwoord voor de toekomst van de Afrikaanse stad. Net als de steden vroeger ook zelfvoorzienend waren moet de moderne Afrikaanse stad ook in die richting denken. “Voor zware infrastructuur is in Afrika voorlopig nog geen geld. Mensen moeten bijvoorbeeld hun eigen energie gaan opwekken. Ook is het in de nabije toekomst praktisch mogelijk om een stad zonder riolering aan te leggen.” De technische ontwikkeling zorgt voor de wet van de remmende voorsprong, voor Afrika dus die van de stimulerende achterstand - net zoals grote delen van Afrika geen infrastructuur hebben aangelegd voor vast telefoonnetwerk door de uitvinding van de mobiele telefoon. Ook Van Zeijl heeft haar kaarten op de techniek gezet.” Toen ik negen jaar geleden voor het eerst naar Afrika ging kreeg ik te horen dat ik pennen mee moest nemen voor de kinderen. Tegenwoordig vragen jongeren mij om usb-sticks. Met beperkte middelen, met computers die je bij wijze van spreken nog aan moet trappen, wordt de technologie uitgebaat. Tien jaar geleden konden Afrikaanse muzikanten het zich nog niet veroorloven een demo op professionele manier op te nemen. Tegenwoordig heb je aan een laptop, een processor en een microfoon genoeg. Ze verspreiden de muziek via mp3-tjes op hun telefoon. Met veel techniek die wij gebruiken kunnen zij veel meer en in bescheidener vorm. Ik heb analfabeten vloeiend zien communiceren in sms Frans.”

Tekst: Pieternel Gruppen





VERDER IN DIT NUMMER:

  • REPORTAGE: Stadswoestijn Ouaga

    In Ouagadougou, de hoofdstad van Burkna Faso, zijn vijf volksbuurtjes tegen de grond geslagen. Vanwege geldgebrek is het bouwterrein na acht jaar nog steeds een kale vlakte. Lees meer

  • REPORTAGE: Bij ons in de buurt

    Hoe functioneert een hoofdstad in een land waar de overheid faalt? Niet, zo ontdekten journalist Klaas van Dijken en fotograaf Jan-Joseph Stok. Lees meer

  • REPORTAGE: Het leven achter de voordeur

    In de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba bouwt de overheid op grote schaal flats voor lage- en middeninkomens omdat de stad enorm uitdijt.   Lees meer

  • REPORTAGE: Zondagse wandeltocht

    De leden van wandelclub Les Amis hebben de ups en downs van de Burundese stad Bujumbura van dichtbij meegemaakt. Al dertig jaar wandelen ze elke zondag door de stad en omstreken... Lees meer

  • EEN HANDVOL VRAGEN: Fatimazhra Belhirch

    De aidsbestrijding boekt wereldwijd successen, maar tegelijkertijd doemt er een nieuw gevaar op: besmetting via vervuilde naalden van drugsgebruikers.   Lees meer

  • HAÏTI: Matrassen voor de deur

    Het leven gaat door, ook na de ramp. IS-reporter Talitha Stam, sinds eind januari in Haiti, onderzocht hoe de Haïtianen hun bestaan weer opbouwen. Lees meer

  • HAÏTI: Van tent naar sloppenwijk

    “Het eerste wat mij opvalt is dat alle open plekken in Port-au-Prince zijn veranderd in geïmproviseerde tentenkampen.” Voorzitter van de SHO Farah Karimi bezocht Haïti. Lees meer

  • RECENT: Boeken

    Een Tibetaanse familiegeschiedenis, het nieuwste boek van econoom Paul Collier en een tragikomische satire over een diplomaat in Rio. Lees meer

  • ESSAY: De malariamug

    De malariamug blijft een massamoordenaar. Om de ziekte voor eens en voor altijd uit te roeien, moet de mug rigoureus verdelgd worden, vindt malariabestrijder Bart Knols. Lees meer

  • INTERVIEW: 87 Miljard dollar om de wereld te redden

    "Je hebt echt geen miljoenen mensen nodig om iets te veranderen." Lester Brown, vermaard doemdenker over het milieu, ontwaart toch nog lichtpuntjes temidden van alle crises. Lees meer

  • REPORTAGE: Waarbenjij.nu wordt serieus verhaal

    De redactie van IS wordt erdoor overstelpt: jongeren die hun reis of veldwerk willen omzetten in een artikel. Het is de nieuwe generatie 'ontwikkelingsschrijvers'. Lees meer

  • INTERVIEW: "Het grootste nationale belang is overleven"

    "In deze generatie wordt de toekomst van de wereld bepaald", zegt Maurice Strong. Met zijn 81 jaar oogt hij broos, maar de diplomaat is nog uiterst scherp. Lees meer

  • PORTRET: Jonge VN'ers

    Er mag dan veel kritiek zijn op het functioneren van de Verenigde Naties, elk jaar proberen nog steeds duizenden starters een felbegeerde baan te bemachtigen. Lees meer

  • EARTH CHARTER: Tien jaar inspiratie

    Het Earth Charter, leidraad voor een duurzame en vreedzame wereld, bestaat tien jaar. Een korte geschiedenis aan de hand van enkele prominente voorvechters. Lees meer

  • VELDWERK: Groeten uit Ecuador

    Mariska, Mauricio, Jannelieke, Sietske en Evelien zijn vrijwilligers van de stichting Ninos de Waita Ticca in Ecuador. In Quito en Peguche helpen ze kansarme families. Lees meer

  • IN BEDRIJF BIJ: Robinson Blandón

    "Als wij Nicaraguanen een keer een chocoladereep hebben, eten we hem meteen op." Lees meer

  • QUIZ

    Doe de quiz en maak kans op een gratis exemplaar van Donker. Zuid-Afrika dagboek, van Maaike Hartjes.     Lees meer

Abonnee worden

Maandelijks op de hoogte gehouden worden van alle actualiteiten op het gebied van internationale samenwerking? 

Neem een abonnement op het gratis tijdschrift IS!

Ik wil graag abonnee worden
Ik wil iemand anders abonnee maken